Maandelijks archief: april 2026

Alles over de oorlog in Westergeast

Op deze pagina alles over de oorlog bij elkaar
Op 5 mei 2025 hebben we met elkaar 80 jaar Bevrijding gevierd en daar een expositie gehouden
Er zijn drie pagina’s van de expositie
Deel 1
Deel 2
Deel 3

Een pagina met de foto van de evacuees van de familie Willems en de uitgebreide brief van zijn vader over de lange reis door Duitsland en het verblijf in Westergeast

Alle evacuees en gastgezinnen met foto’s

Verslag van de foto/ verhalenavond van 14 april 2026

 

 

Share This:

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Algemeen

Verslag van de Foto/verhalenavond van 14 april 2026

Grote opkomst op foto/verhalenavond over evacuées
Dinsdagavond was de foyer van MFC de Tredder in Westergeast met 50 aanwezigen vrijwel tot de laatste stoel toe bezet. Het was een avond waar het thema “Evacuees in Westergeast”centraal stond.
En met de aanwezigheid van een evacueé, Jacques Willems, met zijn echtgenote Isabella, die nog over zijn verblijf vanaf januari 1945 in Westergeast kon vertellen, was het een unieke bijeenkomst. Jacques is 87 jaar en zijn vrouw bijna 86 jaar. Ze zijn nu woonachtig in Waalwijk en logeerden deze week een aantal dagen in Westergeast.

Jacques vertelt zijn verhaal over de evacuatie


V.l.n.r.: Jacques Willems, Isabella Willems en Han ter Horst, zoon van schoolmeester Ter Horst, hoofd van de Openbare school.


Voor v.l.n.r.:Minke Adema, Minke Hiemstra-Klaver, Jacques Willems, Isabella Willems, Han ter Horst.


Welkomstwoord


Han ter Horst vertelt het verhaal over geel water uit de pomp, waar hij groot mee geworden is.


Een attentie voor Jacques van de organisatie

Naast een hartelijk woord van welkom aan de heer en mevrouw Willems, werd ook Minke Hiemstra-Klaver uit Kollumersweach in het bijzonder welkom geheten. Zij was degene, die vroeger met Jacques heeft gespeeld, wanneer ze bij haar pake en beppe op bezoek was, waar Jacques verbleef en het contact is altijd gebleven. Zij heeft op de vraag in Nieuwsblad NOF of er nog iemand iets kon vertellen over de familie Willems, het artikel opgestuurd naar Jacques en dit heeft uiteindelijk geleid tot het organiseren van deze avond.

Vier dagen onderweg van Roermond naar Westergeast
Jacques vertelde eerst over de vier dagen durende reis onder winterse omstandigheden vanuit Roermond naar uiteindelijk Westergeast.  De ouders met 10 kinderen in de leeftijd van 2 -14  jaar moesten van het ene moment op het andere moment vertrekken. De aardappelen stonden nog op het vuur, maar er was geen tijd meer om te eten.
Toen ze onderweg waren, met twee kinderwagens en de rest hand in hand, kwam een hauptman (kapitein) van Duitse leger naar ze toe en zei dat ze met zo’n groot gezin niet te voet naar Brüggen gingen, maar via een ander verzamelpunt met een vrachtauto. Vanuit Brüggen gingen ze via Duitsland met een trein met goederenwagons naar uiteindelijk het station in  Buitenpost. In Buitenpost kregen de evacuees warme melk van Zuivelfabriek Huis ter Noord aangeboden, dat heel erg in de smaak viel. In de Openbare lagere school in Buitenpost kregen ze stamppot koolraap en vlees.  Vandaar ging de reis verder met paard en wagen naar Kollum, waar nog een nacht in een school werd doorgebracht. Van daaruit werd men naar De Hervormde Kerk in Westergeast gebracht en daar werd hen verteld naar welk gastgezin de gezinsleden gingen.
Een uitgebreid verslag vindt u onder deze link

Bezoek aan de kerk na 81 jaar
Dinsdagmiddag hebben Jacques en zijn echtgenote met twee commissieleden de kerk in Westergeast nog bezocht. Dat riep wel herinneringen op. Hij weet nog in welke banken ze zaten en dat vanaf de preekstoel hen verteld werd waar ze naar toe gingen.  “Dat ik dit na 81 jaar nog mag meemaken, vind ik geweldig”, aldus Jacques.

Fotoreportage, anekdotes en vragen uit de zaal
Aan de hand van foto’s van evacuees en de gastgezinnen, die op groot scherm getoond werden, vertelde Jacques over zijn herinneringen aan de tijd van hun vier maanden durend verblijf en kwamen er reacties, anekdotes en vragen vanuit de zaal. De foto’s van de evacuees en gastgezinnen

-Jacques vertelde, dat hij en een paar jongens zat te vissen aan de Trekvaart, toen er een Duitser op de fiets aan kwam rijden. Hij vroeg in gebroken Nederlands aan de jongens, of ze al vis gevangen haddenn. Nee, zeiden ze. Hij pakte een steelhandgranaat uit de fietstas en gooide die in het water. De dode en verdoofde vissen kwamen meteen boven drijven en met een schepnet hebben de jongens de vissen uit het water gehaald.

-Het jongere broertje Wim lag een keer op een omgekeerde boot steentjes te gooien in de Trekvaart, maar hij gleed het water in. Jacques is er nooit achter gekomen wie Wim uit het water heeft gehaald.

-Op zondag ging het gezin naar De RK kerk in Dokkum om de Heilige Mis bij te wonen. Jacques moest dan achter op de fiets zitten, maar het was een fiets met houten banden( “kusjebannen”in het Fries) en dat was niet een plezierig ritje.

– Ellie Kuipers vertelde, dat bij een later bezoek van de familie Willems aan de familie Kuipers men graag naar de RK kerk in Dokkum wilde gaan. Kuipers zag geen mogelijkheden om hen te brengen. Zoon Jille heeft hen toen naar Dokkum gebracht.

-Han ter Horst, zoon van meester ter Horst van de Openbare School wist nog, dat er in de school gelegenheid was om te biechten voor de evacuees. Er kwam iedere week een pastoor uit Dokkum langs. Die vroeg aan vader ter Horst om een kannetje water. Vader ter Horst haalde water uit de pomp achter de woning, maar dat was geel van kleur. De pastoor dacht dat hij in de maling/zeik genomen werd. Dat was niet het geval ,wij gebruikten dit als drinkwater en zijn er groot mee geworden, aldus Han ter Horst.

-Han ter Horst vertelde dat bij Wietse Bosma ook een evacuee was, een mevrouw. Wietse zijn echtgenote was overleden. Hij gaf kleding van zijn overleden vrouw aan de evacuee en dat vond die vrouw niet leuk.  Zij verscheurde de kleding, wat hij niet leuk vond.

-Rense de Wilde vertelde, dat er een evacuee, Pierre Pisters uit Roermond was bij zijn ouders, die aan de Wouddijk woonden, maar ze hadden ook een onderduiker, Jan Putje. Pierre mocht overal met zijn vader mee naar toe, maar de onderduiker mocht zich nergens laten zien. Een aantal jaren geleden deed Rense een poging om Pierre Pisters te bellen. Hij zocht om de naam in het telefoonboek en op de gok belde hij en zei: “Het is met Rense de Wilde. Meteen kwam het antwoord van de andere kant van de lijn: van Klaas en Sietske de Wilde? Ja, zei Rense.
De onderduiker en Pierre hielden zich bezig om met de brandstofvoorziening. Van papier maakten ze briketten, die later in de kachel gebruikt konden worden en verder werden er bomen gezaagd.

-Isabella :De echtgenote van Jacques, Isabella, was 4 jaar toen zij ook vanuit Roermond moesten evacueren. Ze gingen (moeder met 2 kinderen 4 en 2 jaar) naar Oldeberkoop. Ze waren bij een imker. Ze vonden het daar wel fijn, we gingen een stukje langs de koeien lopen en kregen daar warm eten bij buren. De band met de familie was daar goed en het contact fijn. Na de oorlog werden ze ook weer zo goed ontvangen in Friesland.
Mijn vader hadden ze meegenomen, hij zat in de kelder verstopt, maar ze ontdekten hem en namen hem mee. Ik was zo’n klein “moppie” nog en dan zie je dat je vader meegenomen wordt. Hij is later gelukkig weer teruggekomen en was heel blij dat hij heelhuids thuis was aangakomen.
Haar vader was gearresteerd om te werken in Duitsland voor de Arbeitseinsatz in Wupperthal. Deze stad is verschrikkelijk gebombardeerd door de geallieerden. Wat gebeurd is, is gebeurd, haar vader wilde dat bombarderen zien, want hij klom altijd naar boven in het gebouw. Hij moet wel 5 engeltjes op zijn schouders hebben gehad dat hij dit overleefd heeft. Hij vertelde verder niet veel over de oorlog. Als kind mocht je ook niets vertellen.

-Theo Willems was bij de familie Keimpe en Jits Annema. Theo heeft wel eens verteld dat Keimpe een grappenmaker was. Wanneer Jits met een pollepel het warm eten opschepte en Keimpe het bord bij de pan hield, trok hij het bord opeens weg en viel het eten op tafel. Dat was niet leuk voor Jits natuurlijk.

-Op de vraag uit de zaal of ze onderling als kinderen ook contact met elkaar hadden, vertelde Jacques, dat Theo en zijn zus Mariet wel een keer bij de familie Klaver, waar Jacques verbleef, zijn geweest, maar niet vaak. Jacques moest op het erf blijven. Beppe Klaver zat in de kamer over haar brilletje te kijken wat Jacques deed. Als hij bijna van het erf was werd er geroepen: “waar ga je naar toe”. Hij mocht niet op de weg komen voor zijn eigen veiligheid. Jacques mocht alleen op de weg komen als zoon Kees er bij was. De moeder van Jacques kwam niet veel bij de kinderen langs, omdat ze niet goed kon lopen. Vader kwam wel regelmatig langs.

-Jacques : De pastoor uit Dokkum kwam meestal op zondag op bezoek. Mijn vader zat eens te vissen aan de Trekvaart, mevrouw Kuipers zei tegen mijn vader: Kom gauw naar binnen, want ‘die zwartrok’ van jullie komt er aan en jullie mogen vast niet op zondag vissen. Als mijn vader ging biechten werd gevraagd, heb je wel je portemonnee bij je, men dacht toen nog dat je de aflaten moest afbetalen. Dat was niet het geval.

-Griet Banga-Klaver had van haar moeder gehoord dat er evacuees in de oorlog bij pake en beppe Andries en Griet Dijkstra waren. Dat waren twee meisjes Suus en Tienie Perriëns, vader was koster van de grote kerk(Kathedraal) in Roermond, De vader en moeder waren ondergebracht bij mijn oom en tante Boele en Romkje Dijkstra. De kinderen waren hier en daar ondergebracht op de Walddyk. Ik weet dat er nog lang contact geweest is met de familie.

-Vraag uit de zaal : Wat was de reden van het evacueren? Jacq : Roermond was een frontstad. (de naam Roermond betekent dat daar de rivier de Roer uitmond in een andere rivier de Maas) tevens was daar een belangrijke rivierovergang. De geallieerden lagen aan de westzijde van de rivier de Maas en de stad Roermond (onder Duits gezag) aan de oostzijde. Tevens was Roermond een belangrijk spoorwegknooppunt met een groot rangeerterrein dat voor de Duitsers heel belangrijk was. De geallieerden beschoten Roermond (vooral het spoorwegknooppunt met artillerie en mortiervuur. De Duitsers wilden voorkomen dat de Amerikanen later zouden zeggen dat de Duitsers de stad gebombardeerd hadden en daarmee burgerslachtoffers hadden gedood. Daarom moesten ze van de Duitsers zo snel mogelijk vertrekken.

30 000 mensen werden afgevoerd, in beestenwagens met stro op de grond. Maar een enkeling wilde echt niet weg, maar moesten zich van de Grune Polizei binnen een uur melden op de verzamelplaats.

-Jentsje Jonker woont nu in Driezum, maar zij woonden vroeger in de woning bij het lokaaltje van de kerk Hij weet nog, dat in het lokaaltje stro op de grond lag en pakken stro in het midden waar de evacuees op konden zitten. De meeste evacuees gingen bij aankomst in Westergeast naar de kerk. De familie Verbeek kwamen met 14 personen naar Westergeast. 4 Gezinsleden verbleven bij de ouders van Jentsje Jonker. Het is niet bekend waar de overige 10 personen verbleven.

-Bij Pieter en Jitske van der Haak(Pieter was timmerman) was ook een evacué  uit Roermond. Zijn naam was Sjenkie, Sjeng Masolijn Toen hij bij hen aankwam, had hij niet voldoende kleding. Ze hebben eerst kleding voor hem gemaakt. Verder was hij wel eens ondeugend in het dorp. Ruth  Kloosterman heeft hem een aantal keren achterna gezeten. Dochter Frouwkje wist nog, dat hij overdag naar school was. Zodra hij ‘s middags uit school kwam gingen de klompen en sokken uit en kwamen onder de ‘schaafbank” en ging hij meteen het dorp in.
Jan Brouwer heeft nog wel met Sjenkie gespeeld. Hij was met Sjenkie aan het vissen en ze zochten salamanders en deden die in een jampot. Sjenkie schopte de pot om en Jan werd boos en sloeg hem “met de jampot op de kop”,  vertelde Jan. Hij had toen een gat in zijn hoofd.
Sjeng is na de oorlog weer even terug geweest in Westergeest, want hij had een oogje op een meisje in Westergeest, maar toen bleek dat zij al verkering had is, heeft hij gekozen voor het vreemdelingenlegioen. Hij heeft dat overleefd en is later getrouwd en in Limburg gaan wonen. De vraag kwam uit de zaal welk meisje het was. Dat is niet bekend.

-Aan het einde van de avond zong Jacques het alternatieve Fries volkslied dat hij van Kees Klaver had geleerd: “Frysk bloed tsjoch op, ik moat sa noadig pisje, it wetter stiet my oan de knibbels ta enz.
Klinkje en daverje fier yn it rûn”.

– Mevrouw Machielsen en dochtertje Truuske waren bij de familie Folkert Sikkema. De familie Machielsen hadden een groentezaak in de Brugstraat in Roermond.

-Oebele Vries van Keatlingwier weet nog, dat bij zijn pake ook één evacuee is geweest. Op een bepaald moment werden mensen opgeroepen in de school te komen, waar de evacuees verdeeld werden over de gezinnen. Er was één jonge vent bij, hij was geestelijk gehandicapt. Er was eigenlijk niemand die hem in huis wilde hebben. Mijn oom Oebele was daarbij, die had een groot hart, toen deze jongen overbleef heeft hij deze jongen meegenomen, maar hij is maar kort gebleven. Hij maakte ’s nachts rare geluiden, pake kon daar niet van slapen. Hij is later weer ergens anders ondergebracht. Verder is er niets over bekend.

-Annie Harmens uit Kollumersweach vertelde, dat zij vroeger in Buitenpost woonde. Ze is 90 jaar en weet nog, dat de trein met evacuees aankwam in Buitenpost en dat de mensen eerst naar de Openbare school moesten gaan. Daar kregen ze stamppot koolraap, waarschijnlijk van Huis ter Noord. Ze weet nog, dat alle mensen uit de omgeving borden en bestek brachten. Ook haar moeder heeft dat gedaan. En verder weet ze nog, dat Doeke Miedema de evacuees met paard en wagen naar hun gastgezin of naar Kollum bracht.
Verder vertelde ze dat hun school een jaar lang dicht was. De Duitsers hadden de school in bezit. Ze speelden veel buiten bij het station. Als er een trein met voedsel voor de Duitsers in Buitenpost aan kwam, waren zij als kinderen vaak in de buurt, want ze kregen wel eens wat lekkers van de Duitsers. Maar op een keer werd de trein beschoten door waarschijnlijk Engelsen. Annie kreeg een schampschot langs haar hoofd.

Ook kwamen evacuees uit Rotterdam en Arnhem naar Westergeast.
Vanuit Rotterdam waren de broers Maarten en Ad Bestebreurtje onder gebracht bij de familie Minne en Trien van Wieren. Er was zelfs een zoon van Maarten vanuit Lemele naar Westergeast gereden om deze avond mee te maken. Hij vertelde, dat zijn vader Maarten en zijn oom Ad Bestebreurtje vanuit Rotterdam ondergebracht waren bij de familie van Wieren, omdat het in Rotterdam erg onveilig was. De kinderen van de evacuees hebben nu nog steeds contact met de kleinkinderen van de familie van Wieren.

Wat opvalt is, dat de meeste evacuees de contacten met de gastgezinnen heel lang hebben onderhouden en ze elkaar over en weer bezochten. En dat de warme herinneringen op deze avond ook vooral waren aan de tijd, dat ze weer op bezoek kwamen in Westergeast of andersom.

Na afloop was er voor Jacques en Isabella een presentje van de organisatie van de Fotoavonden. Het was een zeer geslaagde avond. Jacques kijkt terug op een emotionele avond. Iedere keer als ik in Westergeast terugkwam voelde het als thuiskomen en dat was deze week opnieuw het geval.

Share This:

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Algemeen

Alle Evacuees en gastgezinnen voor zover bekend

EVACUÉES
Hier staan voor zover ons bekend alle evacuees met gastgezinnen genoemd. Ze kwamen voornamelijk uit Roermond, maar ook uit Arnhem, Gelderland, Amersfoort of Rotterdam.
14 april was er een foto/verhalenavond, waar Jacques Willems zijn herinneringen heeft verteld.
Verslag van de Foto/verhalenavond

Familie Willems uit Roermond


Familie Willems ( foto omstreeks 1953)
Vader, moeder en 10 kinderen waren bij meerdere gezinnen ondergebracht. De kinderen: Tony geb. 1931, Dien geb. 1932, Mien geb. 1933, Jan geb.1934, Theo geb. 1936, Els geb.1937, Jacques geb. 1939, Mariet geb. 1940, Wim geb.1941, Dory geb. 1943.
Op de foto achter v.l.n.r.: Lies ( partner van Jan), Jan(geb.1934), Herman ( partner van Dien, kwam uit Erica in Drente), Dien, mevrouw Willems, de heer Willems, Tony, Rinus Verbunt( partner Tony).
Voor v.l.n.r.: geen familielid, Mariet(met strik in het haar), Els, Mien, man ( geen familie), Jacques, Theo en Wim voor.
Twee kinderen ervoor in het midden zijn ook onbekenden.

De Evacuatie-lijst kunt u terugvinden onder deze link: https://www.archieven.nl/nl/zoeken?mizig=210&miadt=103&miaet=1&micode=7005&minr=961738&miview=inv2


Zo stond De familie Willems  in de evacuatielijst.

Harm en Goaikje Merkus:
Tony Willems was bij de familie Harm en Goaikje  Merkus aan de Kalkhúswei, woonden later aan de Eelke Meinertswei.


Harm en Goaikje Merkus met de zoons Jan en Jochum


Tony Willems, ze was later gezinsverzorgster

Eabele en Lysbeth Klaver-Loonstra en zoon Kees aan de Kollenswei

Jacques Willems was bij de familie Klaver


Jacques


Later weer op bezoek in Westergeast


Isabella


Jacques, Ljibbe Klaver, Luut Klaver, Minke Klaver, Anna Klaver


De ouders van Minke Hiemstra -Klaver, Luut en Anna Klaver waren 70 jaar getrouwd en in het midden Isabella en Jacques.

Eabele Klaver

Kees Klaver

Tjibbe en Ietsje Kuipers aan de Kalkhúswei
Vader, moeder en de jongste van 2 jaar, Dory, en Mien en Els? Willems waren bij familie Tjibbe Kuipers. Ze waren eerst bij een ander gezin aan de Trekwei.


Tjibbe en Ietsje Kuipers


Tjibbe en Ietsje Kuipers met kinderen
Voor Jellie en Meent, erachter Jille


V.l.n.r.: Jille, Elly, Ytsje Kuipers,

Dit is de caravan waar Jille zijn beppe in heeft gewoond.
Deze stond tussen Hansma en Kuipers in



De grootste is waarschijnlijk Jille en ervoor Klaas Pompstra

 

Tjibbe Kuipers rechts, Geale en Iet Sipma

Familie Stinissen aan de Trekweg 6
Het zou kunnen zijn, dat er tijdelijk ook evacuees bij deze familie waren ondergebracht.

Trekweg 6


Berend Stinissen met kleine Bertus uit Indië

Hidde en Anne Nicolai aan de Kollenswei
Mariet Willems was bij de familie Nicolai aan de Kollenswei ( kinderen waren Roel Nicolai en Tryntsje Nicolai)

Woning Hidde en Anne Nicolai

Hidde Anne Nicolai met kleinzoon Feike

Roel Nicolai


Tryntsje Nicolai

Keimpe en Jitske Annema aan de Kalkhúswei.

IMG_0123

Theo Willems was bij Keimpe en Jitske Annema


Jan, Jacques en Theo. Foto van omstreeks februari 1945.

De kleindochter van Keimpe en Jitske Annema van de Kalkhúswei 26 gaf door, dat Theo Willems bij haar pake en beppe was opgevangen. En dat ze nog tot 2012 ieder jaar contact met elkaar hadden.

Familie Hansma aan de Trekweg
Jan Willems was bij de familie Hansma



Staand v.l.n.r.: Aaltje, Anne, Reinder, Hans, Geertje, Reina
Zittend vader en moeder Hansma, Jacob en Janke Hansma-Dijkstra

Janke Hansma-Dijkstra was baakster

Klaas Dam woonde naast Tjibbe Kuipers in een noodwoning, het was een kippenhok, dat verbouwd was. De familie Dam is later naar Kollumerpomp verhuisd.
Heel misschien was daar Wim Willems

Links van de woning is de noodwoning met kleine ramen te zien

1 Reinder Hansma (broer Aaltsje), 2?, 3 Jille Kuipers, 4 Jellie Kuipers, 5 Jane Schotanus, 6 Pietsje Tuinstra, 7 Johannes Schotanus,8 Elske Sipma,9 Griet Veenstra ( dochter Wessel en Anne),10 Aaltje Slagter,11Jappie Dam,12?,13 Reina Hansma,14 Sije Schotanus,15 Tjalling Schotanus,16 Pieter Dam, 17 Klaas Dam ( e.v. Gjetsje Hansma),18 Roel Schotanus,19 Sake Merkus,20 Ytsje Kuipers, 21 Cobie Visser

Van Dien, Mien,Wim(?) en Els Willems is niet bekend waar zij verbleven.

Op de fotoavond was Minco Riemersma uit Kollumersweach aanwezig. Zijn pake en beppe familie Kramer (Johannes Kramer, schildersbedrijf) woonden in Buitenpost. Ook evacuees waren bij zijn pake en beppe. Het was de familie Harrie Hollander.Voor zover ik weet hing dit schilderij in het huis. Familie is later teruggegaan naar Roermond, in Echt. Tandarts geworden, later nog naar elders verhuisd. Geen contact meer mee.

Als blijk van waardering kregen zijn pake en beppe een glas in lood schilderijtje met de kerk van Buitenpost er op.

 


Overige gastgezinnen:

Willem en Eelkje Jonker aan de Kalkhúswei

Willem en Eelkje Jonker met de kinderen Jan, Janke en Jentsje

Zoon Jentsje Jonker , zoon van het kostersechtpaar Willem en Eelkje Jonker wist zich te herinneren, dat in het lokaal allemaal stro op de vloer was gelegd en pakken stro in het midden waar de vele evacuees op konden zitten. Hij was 5 jaar op dat moment. Verder vertelde hij , dat er een echtpaar bij was, Jos en Lena Verbeek  met de kinderen Jack en Janneke. Zij mochten bij hen thuis verblijven. In eerste instantie zouden de gezinsleden naar verschillende gastgezinnen gaan, maar Jentsje vertelde, dat zijn moeder zei: “Se meije hjir alle fjouwer wol komme”.

Uit de Evacuatielijst van Gemeente Roermond blijkt, dat de familie Verbeek met  14 personen waren.

 

Evacuée bij Pieter en Jitske van der Haak

Frouwkje Bijlstra- van der Haak weet nog, dat zij ook een evacué uit Roermond hadden. Zijn naam was Sjenkie, Sjeng Masolij. Toen hij bij hen aankwam, had hij voldoende kleding. Ze hebben eerst kleding voor hem gemaakt. Verder was hij wel eens ondeugend in het dorp. Ruth  Kloosterman heeft hem een aantal keren achterna gezeten. Frouwkje wist nog, dat hij overdag naar school was. Zodra hij ‘s middags uit school kwam kwamen de klompen en sokken uit en kwamen on der de ‘schaafbank” en ging hij meteen het dorp in.
Jan Brouwer heeft nog wel met Sjenkie gespeeld. Hij was met Sjenkie aan het vissen en ze zochten salamanders en deden die in een jampot. Sjenkie schopte de pot om en Jan werd boos en sloeg hem “met de jampot op de kop”,  vertelde Jan. Hij had toen een gat in zijn hoofd.

Sjeng is na de oorlog weer even terug geweest in Westergeest, want hij had een oogje op een meisje in Westergeest, maar toen bleek dat zij al verkering had is, heeft hij gekozen voor het vreemdelingenlegioen. Hij heeft dat overleefd en is later getrouwd en in Limburg gaan wonen. (Het Vreemdelingenlegioen wordt veelal afgebeeld als een plaats waar mannen naartoe gaan om “te vergeten” en een nieuw leven te beginnen.)


Pieter en Jitske van der Haak met 3 kleinkinderen


Pieter van der Haak

Evacuee bij Klaas en Willemke Kooistra, die aan de Kertiersreed woonden
Zij hadden daar een kleine boerderij. Toen er vanuit Roermond evacuees naar Westergeest werden gebracht, had iedereen een plekje toegewezen gekregen, maar bleef Keub Masolij over. Dit is de broer van Sjeng Masolij, die bij Pieter en Jitske van der Haak was. Dochter Boukje Kooistra vond dat niet kunnen en  nam hem mee naar huis. Ook na de oorlog is er nog steeds contact over en weer.

Klaas en Willemke Kooistra

Etentje met de familie Kooistra

Keub Masolij

Er wordt een adres genoemd W 89. Ons is niet bekend waar mevrouw Masolijn was ondergebracht. Mogelijk op de Bumawei.

Evacuees bij Andries en Griet Dijkstra
De familie Perriëns kwamen met 10 personen naar de Walddyk in Westergeast
Suus en Tiny Perriëns  waren bij Andries en Griet Dijkstra. Hun vader was koster van de Grote R.K. kerk in Roermond.
De ouders van de meisjes waren ondergebracht bij Boele en Romkje Dijkstra. De overige kinderen waren hier en daar ondergebracht op de Walddyk. Griet Banga-Klaver weet nog wel van haar moeder Hessels Janke Klaver dat er nog lang contact geweest is met de familie.


Andries en Griet Dijkstra


Boele en Romkje Dijkstra

Evacués bij de Familie Folkert en Teatske Sikkema 

Hillie Tjalsma-Sikkema weet nog van de verhalen van haar ouders, Folkert en Teatske Sikkema,  dat ze evacuees hebben opgevangen. Dat waren mevrouw Machielsen met dochtertje Truuske. Het zoontje/broertje Fransje was ergens anders bij een gezin in Westergeest, waar dat is nog niet precies bekend.
Inmiddels weten we nu, dat Fransje op de Bumawei verbleef. Of bij Bakker de Bruin of bij Attema. Hij kon heel mooi zingen. Roel en Jantsje Veenstra woonden toen op de Bumawei 7 en de dochter weet nog, dat het tegenover hun huis was en dat hij Frans heette. Dus nemen we aan dat dit Fransje Machielsen is. Mevrouw Margaretha Machielsen – Ras ( ge. 1909, overleden 2000). Haar man was Piet Machielsen (geb.1909, overleden 1986).


Een kaart van Truusje aan Hilly Sikkema


Uit de Evacuatielijst van de gemeente Roermond

Evacuées bij Jacob de Wilde, Martinus de Boer, Douwe Zwart en Jan Witzenburg.

De familie Pisters uit Roermond, t.w. oma Agnes Pisters met haar kinderen Truus, Net en Tiny en haar kleinkinderen Tilly, Paula, Marietje en Pierre(16 jaar) kwamen op 24 januari 1945 vanuit Roermond na een lange reis naar Westergeest, op de Wâlddijk aan. Ze konden als familie niet bij elkaar blijven en werden ondergebracht bij Jacob de Wilde, Martinus de Boer, Douwe Zwart en Jan Witzenburg. Pierre verbleef op de boerderij van Klaas en Sietske de Wilde aan de Wâlddijk. Pierre had als taak zorgen voor de brandstofvoorziening. Hij deed dit samen onderduiker Jan Putje of Peuchen, de juiste spelling is niet bekend. In Ee kon men naar de Gereformeerde kerk, waar een Katholieke mis werd opgedragen.


Pierre Pisters

Uit: De Evacuatielijst van Gemeentearchief Roermond
(Adres familie de Wilde E 112)

Evacuees vanuit Limburg in Westergeest

Vanuit Limburg kwamen veel evacuees met de trein door Duitsland naar Buitenpost en vandaar met boerenwagens naar Westergeest. Ze werden eerst naar het lokaaltje van de kerk of naar de kerk gebracht. Daar werd gekeken of ze luizen hadden en werden ze daar eventueel voor behandeld.

De familie Wenmakers kwamen in Westergeest aan met zijn drieën, mevrouw Wenmakers, zoon Wiel en dochter Marie. Hun andere zoon was naar het front. Zij hadden thuis een boerderij (zie foto met melkbussen, op de achtergrond hun boerderij), dus de heer Wenmakers bleef alleen achter om op het vee te passen.
Mevrouw Wenmakers was bij Eelkje Hilboezen , tante van Eelkje Sipkema. Dochter Marie was bij Ruth Akke Kloosterman( naast de smid). Wiel was bij Eelke en Mintsje Hoogeboom, die een smederij hadden. Toen de bevrijding er was hebben ze gedanst in Kollum als dank.


Uit De evacuatielijst van Gemeentearchief Roermond.

Bij pake Oebele Vries op Keatlingwier was 1 evacuee:
Oebele Vries wist er het volgende van. Op een bepaald moment werden mensen opgeroepen in de school te komen, waar de evacuees verdeeld werden over de gezinnen. Er was één jonge vent bij, hij was geestelijk gehandicapt. Er was eigenlijk niemand die hem in huis wilde hebben. Mijn oom Oebele was daarbij, die had een groot hart, toen deze jongen overbleef heeft hij deze jongen meegenomen, maar hij is maar kort gebleven. Hij maakte ’s nachts rare geluiden, pake kon daar niet van slapen. Is later weer ergens anders ondergebracht. Niemand heeft hier verder iets over gehoord.

Ook waren er evacuees uit Gelderland, Rotterdam, Arnhem, Amersfoort
Evacuee bij Heine en Anne Kempenaar

Bij Heine en Anne Kempenaar was een meisje, ze heette Nellie Bouman. Ze was afkomstig uit Gelderland.

Evacuées bij Familie Minne en Trien van Wieren en Titus en Jantsje
De beide broers, Maarten en Ad Bestebreurtje waren afkomstig uit Rotterdam. Hun gezinnen hebben altijd contact gehouden met Titus en Jantsje van Wieren. De kinderen van Titus en Jantsje noemden hen zelfs oom en tante. Maarten en Ad zijn beide overleden, maar het contact met kinderen van Maarten en Ad  is er nog steeds.
De zoon van Maarten gaf de volgende informatie door:
In één van de eerste oorlogsjaren zijn de kinderen Bestebreurtje door de kerk van Rotterdam, wijk Hillegersberg, naar Friesland gebracht om daar zo’n 6 weken tot rust te komen. De zussen Miep en Loes zijn, zo is mij verteld, bij de fam. De Bruin aan de Eelke Meinertswei 31 ondergebracht. De broers Maarten en Ad kwamen bij de fam. Van Wieren aan de Kalkhûswei 13
In het laatste oorlogsjaar werd Rotterdam iedere nacht gebombardeerd. Er is toen besloten een groepje kinderen met een gesloten busje door de gevechtslinies heen te sturen in de hoop dat ze wederom in Friesland terecht konden. Met die vlucht uit Rotterdam zijn Maarten en Ad meegegaan. De barre tocht duurde zo’n 3 dagen. Ze zijn daarbij ook beschoten. Uiteindelijk werden ze weer in het gezin Van Wieren opgenomen voor zeker een half jaar. Ze gingen naar de Triemen naar school
Ze hebben zeer goede herinneringen aan die tijd. De contacten zijn altijd gebleven. Hier pas de warmte van de mensen hier gevoeld. Heel erg vormend voor mijn vader geweest.


Maarten en Ad Bestebreurtje en Titus van Wieren

IMG_3299
Op de foto, Kalkhúswei 13 v.l.n.r.: Evacuée Maart(en) Bestebreurtje, Jantsje, Titus met Minne op de arm, beppe Trien, pake Minne


Ad Bestebreurtje met zijn kinderen en Minne en Trien van Wieren



Maarten Bestebreurtje bij Minne en Trien op bezoek met zijn 3 kinderen op de Kalkhúswei 14.

 

Jitse en Anne  Sikkema en zoon Frans(café)  hadden ook evacuees, de familie Dodenbier. Zij kwamen uit Arnhem.

V.l.n.r.: Frans Sikkema,, tante Jeltje, familie Dodenbier en Jitse Sikkema
Frans en Jeltje zijn in 1946 getrouwd


Een kaart van de familie Dodenbier.

Evacuees bij Sake en Dieuwke van der Werff.
-Jappie van der Werff, zoon van Sake en Dieuwke van der Werff, wonende aan de Trekwei, op de Kelders, wist nog dat ze een evacuee hebben gehad, die Daniël heette. En dat vader Sake, Daniël en Jappie zijn broer Pieter ‘s avonds als bezigheid hadden tabaksbladeren knippen.

Jan Brouwer van de Eelke Meinertswei wist nog, dat zijn vader tabaksbladeren verbouwde op de tuin, zowel geschikt als pruimtabak als shag. De bladeren werden aan een lijn  geregen en op de “hokszolder” opgehangen te drogen. Dan gingen ze er mee naar Eelke Hoogeboom. Die hadden een machientje waar de tabaksbladeren mee fijngemaakt werden. De shag werd gebruikt, maar toen de Canadezen tijdens de bevrijding pakjes sigaretten naar de toeschouwers gooiden, en Jan zijn vader een pakje opving, smaakte dat stukken beter. Jan heeft toen zijn eerste sigaret gerookt. Als vloei nam Jan overtrekpapier uit zijn tekenschrift mee naar huis.


Doede Miedema en Jantje van der Vinne bieden veilige plek aan evacués
Er lagen soms wel veertien man op zolder, afkomstig uit Amersfoort

Lambert Hobma was evacuee in Westergeest

Lambert Hobma is geboren in 1892 in Minnertsga. Hij verhuisde later met zijn ouders naar Utrecht. In de eerste wereldoorlog was hij dienstplichtig soldaat. In 1922 deed hij doctoraal examen Natuurkunde en Meteorologie.
In december 1944 werd Lambert Hobma ziek. De plaatsvervangend huisarts adviseerde hem om met de Limburgse vluchtelingen mee te reizen naar Fryslân: een zware vier dagen durende reis. Bij het Rode Kruis in Kollum werden de evacuees onderzocht en haren geknipt in verband met aanwezige luizen, daar kreeg hij een adres mee, Eelke Meinertswei 7 in Westergeest.

Destijds woonden Dictus en Anne van der Veer in dit huis. Anne heeft Lambert toen goed te eten gegeven, veel melk en havermout. In juni 1945, kreeg Lambert de kans om naar huis te gaan. Later werd nog een bedankbriefje in de vorm van een tekening van de kerk en een briefje gevonden afkomstig van Lambert.

Op de foto: Lambert Hobma  en de woning aan de Eelke Meinertswei 7 en eronder echtpaar Dictus en Anne van der Veer rechtsachter, voor meester en juffrouw ter Horst en het andere echtpaar is Hendrik en Tine Valks.Rechts het bedankbriefje

 

Jozef Wijnands evacuee bij de familie Sipma


Johannes Sipma en Anna-Sipma-Schutter


Het echtpaar Wijnands, foto is veel later genomen

Sipma was schipper van aardappelen en modder. In de zomer werd er dag en nacht gevaren, want winters lag het werk stil. Ze hadden twee dochters, Trijntje en Tjimkje.
In de oorlog heeft het echtpaar een evacuee opgevangen, Jozef Wijnands. Verder is hier weinig over bekend.
De tweede foto is van het echtpaar Wijnands, veel later genomen.

Sjoerd en Janke Tuinstra hadden mogelijk ook een evacuée
Jan Brouwer wist nog dat zij een evacuee hadden.


Sjoerd en Janke Tuinstra


Bij meester  en juffrouw Ter Horst was een evacuée
Zoon Han ter Horst weet nog dat ze Marietje heette. Jan Brouwer bevestigde dit.

Bij de familie Dantuma was ook een evacuée
Dat was een man volgens Han ter Horst.

Bij de familie Wietse Bosma was een evacuée
Volgens Han ter Horst had de familie Bosma ook een evacuée.

Bij familie Ruurd en Jantsje Keizer van de Bumawei 17
Ruurd en Jantsje Keizer  hadden evacuée’s met de naam Jozef en Jaan.
Bakker Wijma Eelke Meinertswei
Jan Brouwer wist nog, dat zij ook een evacuee hadden

Evacuees bij Bauke en Tryn Hamstra

Bauke en Tryn Hamstra woonden aan de Kalkhúswei 16. Het schijnt, dat hier ook evacuees zijn ondergebracht.

 

Share This:

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Algemeen

Deel 2 van de expositie op 5 mei 2025

Voor deel 1 ( 1 t/m 21) van de expositie klik hier
Deel 2: 21 t/m 44 ( wordt vervolgd)

35. Geld, dat in de oorlog gebruikt moest worden


Op 1 april 1941 maakt de Duitse bezetter een einde aan de monetaire scheiding tussen Nederland en Duitsland. Het gevolg was dat alle munten met een waarde; zoals munten van goud, zilver, kopper/nikkel en van brons werden omgesmolten en vervangen door muntgeld van zink.

Eind 1941 komt het eerste zinken oorlogsgeld in circulatie. In de loop van het daarop volgende jaar vervangen exemplaren van dit goedkope metaal langzamerhand de munten van 1 en 2½ cent (brons), 5 cent (nikkel) en 10 en 25 cent (zilver). Daarmee wordt tegelijkertijd een herinnering aan het koningshuis uitgewist.

36. Heilige mis in Westergeest en breisters gevraagd


Comité opgericht voor inzameling wol en breisters gevraagd:

37. Bonnenkaarten voor brood, boter, vleesch en versnaperingen

Om ervoor te zorgen dat iedereen in tijden van gebrek toch aan voedsel kon komen, werd door de overheid overgegaan tot de verstrekking van distributiebonnen.

Om aan distributiebonnen te komen moest men in het bezit zijn van een zogenoemde door de overheid verstrekte distributiestamkaart, die door de gemeente werd verstrekt.

Wanneer men de bonnen had verkregen, kon men op in de kranten aangekondigde tijden de winkel bezoeken. Omdat iedereen op hetzelfde moment zijn bonnen moest inleveren, stonden voor de winkels lange rijen.
Op 11 oktober 1939 werd in Nederland suiker als eerste product in de Tweede Wereldoorlog alleen verkrijgbaar met bonnen. Vanaf januari 1940 gold dit ook voor erwten. Tot in de jaren 50 bleven veel goederen slechts “op de bon” verkrijgbaar, koffie was in 1952 het laatste product dat ten slotte weer vrij verkrijgbaar werd.

38. Persoonsbewijzen en distributiekaarten en bonnen


Persoonsbewijzen en distributiestamkaarten van Pieter van der Haak en zijn vrouw Jitske van Assen en de vader van Pieter Berend van der Haak, Wijtske Reinders, Renze Blom  en tweede distributiestamkaarten van Klaas en Willemke en Wierd Kooistra en één van Renze Blom





39. Bonnenkaarten bij de kruidenierswinkels


Het café van Frans en Jeltsje Sikkema

Frans en Jeltsje Sikkema


De winkel van Gerhardus Hilboezen en Selie van der Schaaf (pake en beppe van Eelkje Sipkema-Reinders) en Eelkje Hilboezen.


Gerhardus Hilboezen en Selie van der Schaaf
Frans en Jeltsje hadden kruidenierswaren te koop in het café.
In oorlogstijd toen producten op de bon waren, werkten de beide winkeliers samen. Zij hadden beide dezelfde leverancier. Onderaan ziet u een opplakvel, waar ze de ingeleverde bonnen op plakten en wanneer ze samen genoeg hadden voor een rantsoen, zodat de producten bij de leverancier besteld konden worden. Identiteitskaart moest meegenomen worden als ze naar de gemeente gingen.




40.Kerkklok gevorderd door de Duitsers

Klokkenvordering, ook wel ‘klokkenroof’ genoemd, is een gebruik tijdens oorlogen dat eeuwen terug gaat. Er worden dan kerkklokken uit de torens gehaald, met als voornaamste doel kanonnen te gieten. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden in heel Nederland circa 6.700 klokken gevorderd door de Duitse bezetter, zo ook de klok van Westergeest, die dateerde uit het jaar 1898.

Na de oorlog is een nieuwe klok besteld bij de  firma van Berge uit Heiligerlee. De officiële ingebruikname was op 17 november 1949, waarbij Dominee F.G. van Binsbergen, Burgemeester J.J. Praamsma en meester ter Horst het woord voerden. Meester ter Horst bedankte de bevolking hartelijk voor de wijze, waarop ze haar medewerking verleend heeft aan de bazar en voor alle vrijwillige bijdragen. Ook werd bedankt voor de bijzondere gaven van de Kerkvoogdij, de Diaconie, de beide Begrafenisverenigingen, de Oranjevereniging, de Christelijke Vrouwenvereniging, Dr. Fokkema en vroegere plaatsgenoot Stelma, die nog een paar klompen voor de bazar beschikbaar stelde. Veel dank ook voor  B en W. en droegen de klok en geluidsinstallatie aan het Gemeentebestuur over.

Opschrift: “Gegoten 1948”, het gouden regeringsjaar van koningin Wilhelmina. Tot slot bedankte ook de Burgemeester de bevolking voor hun medewerking.

41. Uitstapje van de Jongelingenvereniging  Westergeest op 17 augustus 1944


Deze foto is niet compleet, omdat een aantal jongens ondergedoken zaten. Deze jongens hebben veel plezier, maar weten niet wat hen of hun familie mogelijk te wachten staat.
Bovenste rij v.l.n.r.: Lieuwe Kloosterman, Meester van Wessel,(leider), Jaring de Jong ( bakker van de Triemen), David Kloosterman (leider), Sjirk Bosgraaf, Wiebe Veenstra, Lieuwe Huisman, Durk Bosgraaf, Lykele van der Veen?
Middelste rij v.l.n.r.: Renze Kloosterman, Lieuwe Huisman ( e.v. Frouk), Gosse Wijma, Jacob de Jager, Bearn Dantuma, Pieter van der Werf, Heine van Assen, Thomas Visser, Pieter Tuinstra
Voorste rij v.l.n.r. Sjirk Loonstra, Jacob Huisman, Arjen Veenstra, Heine de Bruin.

42. Sjuk van der Heide was niet bang voor landwachters


Dit is de woning op de Trekwei 1, waar Sjuk en Wietske van der Heide woonden. (op de foto staan eerdere bewoners Heine van Assen en zijn grootmoeder Froukje)

Sjuk van der Heide woonde aan de Trekwei 1, waar later Roel Nicolai en zijn gezin woonden. Sjuk en grutte Wobke moesten ”sjitgatten grave” in de berm van de Trekweg. De beide mannen hadden niet zo veel zin in dit werk. Toen ze in de verte Duitse landwachters aan zagen komen sloeg Wobke Westra (van Hústernoard) zijn schep kapot. Hij kon van de landwachters bij Sake Dieuwke van der Werf wel een nieuwe schep ophalen. Niet iedereen durfde het aan tegen landwachters te zeggen: “Ik doch gjin wurk foar jimme”. Sjuk van der Heide wel. Ze namen hem mee, maar fouilleerden hem eerst. Hij had een steeksleutel bij zich. Deze werd door de landwachters in de Trekvaart gegooid. Hij zou naar Drenthe moeten om daar putjes te graven. Sjuk verbleef één of twee dagen in Dokkum. “Hy hat der neat wer fan heard”, aldus Anne Huisman.
Op de foto de woning van Sjuk en Wietske van der Heide. (op de foto staan eerdere bewoners Heine van Assen en zijn grootmoeder Froukje)
43. Pier de Vries naar kamp in Wilhelmshaven


Pier de Vries van de Wouddijk o/d/ Oudwoude

1940 De boerderij van de familie Witzenburg (later Hoeksma)

Pier de Vries ( geb. in 1921) woonde aan de Wouddijk onder Oudwoude. Door de oorlog had Duitsland geen arbeidskrachten meer om te werken in hun fabrieken. Zodoende werden mannen uit Nederland opgeroepen om zich te melden om daar te moeten werken ( Arbeitseinsatz). Pier de Vries bleef mooi thuis. Op een dag (februari 1945) was hij op de motor onderweg waarschijnlijk naar klasgenootje Trijntje Witzenburg aan de Weerdebuorsterwei. Onderweg werd hij door een Duitse militair( De Platnoas, in de volksmond genoemd) opgepakt, want hij had geen Ausweis bij zich en moest mee naar Leeuwarden. Daarna werd hij op transport gezet naar kamp Schwarzerweg in Wilhelmshaven. De omstandigheden waren daar erg slecht. Pier de Vries is daar na  4 weken ( 14 april 1945) overleden door ziekte, mede door luizen, die gaten in zijn huid hadden gemaakt.

 44. Oproep van het Gewestelijk Arbeidsbureau

Vertrek naar Duitschland

De Deutsche Abteilung van het Gewestelijk Arbeidsbureau in Leeuwarden plaatste de volgende waarschuwing in de krant.
Iedereen, die een oproep had gekregen en niet op kwam dagen, kreeg opnieuw een oproep en werd dan met den sterken arm gedwongen om af te reizen naar Duitschland en dan naar een andere bestemming dan de oorspronkelijke, maar met minder gunstige arbeidsvoorwaarden.
45.Bevel voor aanmelden arbeidsinzet

Op bevel der Duitsche Weermacht moeten alle mannen van 17 t/m 40 jaar zich voor den arbeidsinzet aanmelden!
Onmiddellijk na ontvangst van dit bevel moeten de jongemannen met de voorgeschreven uitrusting op straat gaan staan. Alle andere bewoners, ook vrouwen en kinderen moeten in de huizen blijven totdat de actie beëindigd is.
Het is aan alle inwoners der gemeente verboden hun woonplaats te verlaten. Op hen, die pogen te ontvluchten of weerstand te bieden, zal worden geschoten.


46. De algehele verduistering gaat met ingang van heden in!

Ieder ingezetene wake er voor, dat zijn huis geen licht uitstraalt.

Voert kalm maar precies elke last uit, welke in deze ogenblikken moet worden opgelegd.

47.Alle klokken vooruit, zelfde tijd als in Duitsland


In de Telegraaf van donderdag 16 mei 1940 stond vermeld,
dat hedennacht in Nederland om 24 uur dezelfde tijd als in Duitsland wordt ingevoerd.
Daarom moeten alle klokken om 24 uur zóó gezet worden, dat ze 1.40 aanwijzen

48.Clandestien slachten was riskant


Fokke Veenstra met paard en wagen

Fokke Veenstra, ze woonden aan het einde van de Van Teijenswei, adres is Trekwei 8
In de oorlog waren de meeste levensmiddelen schaars of op de bon.
Het illegaal slachten van bijvoorbeeld een varken of schaap was één van de manieren om aan voldoende vlees te komen, maar het was riskant. Als je betrapt werd stond er een fikse straf op. Dit overkwam Fokke Veenstra(1900-1965) ( e.v. Getje Postma, 1894-1935) uit Westergeest, hij kreeg twee maanden gevangenisstraf.
Fokke was niet de enige dorpsgenoot , die illegaal slachtte. Jan de Vries ( 1916-1992) ( e.v. Pietertje Kempenaar( 1917 -1976)had al meerdere malen geslacht, hij stak dan een helpende hand uit als ene Klaas Visser slachtte. Eis en vonnis 6 maanden gevangenisstraf, maar Jan ging in hoger beroep. Jan en Pietje woonden naast het lokaaltje aan de Van Teijenswei

49.Wenskaarten voor soldaten

50.Anne Huisman half jaar bij de PTT in Duitsland

Anne Huisman van de Bumawei 3 is 45 jaar PTT postbesteller geweest tot aan 31 december 1968. Tijdens de bezettingsjaren was hij een half jaar als PTT’er in functie in Suhl, Duitsland (DDR). Hoe hij ook had geprobeerd om er onderuit te komen, begin januari 1943 moest hij werken in Duitsland. Anne was daar in de kost bij een weduwe, maar het eten was slecht. Toen hij na een half jaar voor 11 dagen met verlof terugkeerde naar huis woog hij nog maar 100 pond. Hij had besloten om niet terug te keren naar Duitsland. Anne moest af en toe onderduiken, maar was ook regelmatig thuis. Op een dag kreeg zijn vrouw Jantje een seintje van politieagent Schaafsma, dat hij ’s avonds op bezoek kwam om te controleren of haar man ook thuis was. Dan wisten ze genoeg! Hij heeft een tijd ondergedoken gezeten in Surhuisterveen bij zijn zwager in een boerderij, waar meer onderduikers zaten. Daar beleefden ze een angstig moment, toen er een Duitser in huis was en een onderduiker tegen de deur bonkte. De Duitser hoorde dat ook, maar ze dachten dat het wel een koe geweest zou zijn.. En later ook bij Arend en Saakje Galema op it Langlân bij It Mounehiem. “De ratten rûnen ús oer de kop. Mar it wiene hiele bêste minsken”.
Jantje verzorgde het postkantoor en stuurde af en toe een brief naar Suhl via Leeuwarden, waar haar man zogenaamd aan het werk was. Zo speelde zij het spel mee. Anne was vroeger horlogemaker geweest, dus kon hij hier nog wat geld mee verdienen om klokken of horloges te herstellen.

Woning van Arend en Saakje Galema

51.Geallieerde vliegtuigen zullen levensmiddelen uitgooien boven het bezette gebied

 

Uit de Kollumer Courant van 27 april 1945
De vijand, die verantwoordelijk is voor de voedselvoorziening  heeft verzuimd voldoende voorraden aan te leggen. Het geallieerde opperbevel heeft nu last gegeven u van voedsel te voorzien door middel van pakketten die door vliegtuigen, voornamelijk door bommenwerpers, zullen worden uitgeworpen. De pakketten zijn zwaar, dus zoek dekking. Verdeel het voedsel eerlijk! Ten slotte wordt den Duitschers de raad gegeven, in hun eigen belang, mee te helpen aan een eerlijke verdeeling onder de bevolking.

52.Pieter Loonstra overleden in Japans gevangenschap in 1944

Pieter Loonstra was geboren in Westergeest op 2 februari 1912, zoon van Sipke Loonstra en Trijntje Bosgraaf. Pieter was Europees Korporaal bij de KNIL

Toen er door het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL) “flinke, goed oppassende jongemannen van 18 – 30 jaar (ongehuwd)” werden gevraagd, reageerde Pieter. En hij vertrok in 1938 per boot naar Indië. Daar raakte hij in maart 1942 betrokken bij de oorlog met Japan. Hij werd krijgsgevangen gemaakt en uiteindelijk ingezet bij de aanleg van de 415 kilometer lange beruchte Birma-Siam spoorlijn door Thailand en Birma. Onder erbarmelijke omstandigheden vonden zo’n honderdduizend dwangarbeiders naar schatting de dood.

Brigadier Pieter Loonstra werd ziek en overgebracht naar een hospitaal in Saigon. Daar kwam hij te overlijden op 5 mei 1944 en daar werd hij begraven. Later werd hij herbegraven op het Kranji War Cemetery in Singapore.

Voor de familie in Fryslân was het een onzekere tijd ,want in 1944 werd de naam van hun zoon als krijgsgevangene nog genoemd in meerdere dagbladen.  Zij kregen in april 1946 pas bericht van zijn overlijden.

53.Pieter van der Haak was werkzaam bij de Burgerwacht

Pieter van der Haak ( geb. 29 april 1889) was getrouwd met Jitske van Assen( geb. 13 februari 1904). Het zijn de ouders van Frouwkje Bijlstra – van der Haak(echtgenoot van Jacob Bijlstra).De burgerwacht in Nederland werd in 1918 gevormd om op te treden tegen ‘revolutionaire woelingen’. Burgers in het uniform van de Vrijwillige Burgerwacht oefenden in het hanteren van wapens. Zij waren in deze zin de opvolgers van de in 1907 opgeheven schutterijen. De lokale verenigingen waren verenigd in de Nederlandse Bond van Vrijwillige Burgerwachten welke in 1940 door de Duitse bezetter tijdens de Tweede Wereldoorlog ontbonden werd en daarna niet meer heropgericht werd.
Op de foto Pieter van der Haak, de armband van de Burgerwacht. Ingevolge de opdracht  van Het Duitse Bezettingsbestuur om den Bijzonderen Vrijwilligen Landstorm te ontbinden, wordt P. van der Haak ontheven van zijn verbintenis.

54. Pieter van der Haak was ook werkzaam bij de Luchtbescherming.

Pieter van der Haak ( geb. 29 april 1989) was getrouwd met Jitske van Assen( geb. 13 februari 1904). Het zijn de ouders van Frouwkje Bijlstra – van der Haak(echtgenoot van Jacob Bijlstra). Hun adres was Westergeest 57.Hij was timmerman/ eigenaar Bouwbedrijf van der Haak. Op de foto Pieter van der Haak, aanstellingsbewijs L.B. en een Ausweis.



55. Alle verzetsstrijders in Kollumerland

56. Juf Klaske Salverda op school Triemen.

Klaske Salverda was onderwijzeres aan de Christelijke lagere school in de Triemen. Ze was getrouwd met Mindert Veenstra, die de nationaal-socialistische ideologie aanhing. Klaske werd erg door hem beïnvloed. Het huwelijk loopt stuk en  later krijgt Klaske een relatie met Jan Wierds Veenstra uit Zwagerbosch, die Friese Les geeft aan de school. Jan krijgt een baan op het distributiekantoor in Buitenpost en sluit zich na een poosje aan bij de NSB. Ze krijgen 3 kinderen, een dochter geboren in 1941 en Jan in 1942 en later nog een dochter.

De bevrijding. Iedereen is blij, maar voor het gezin Veenstra breekt een moeilijke tijd aan. Op 17 april 1945, een klop op de deur en twee jongemannen in blauwe overalls arresteren het gezin. Zij worden op een “kar van schande” afgevoerd. Vader Jan gaat naar een interneringskamp Nuis in Marum. De rest van het gezin naar kamp Wilhelminahoeve in Opende. Jan mocht zijn vader nog één keer zien en een kusje door het gaas geven. De twee oudste kinderen gaan naar familie. Klaske blijft met de pasgeboren baby in Opende. Vader Jan overlijdt in ziekenhuis en wordt begraven in Kollumerzwaag. Klaske komt op 6 mei vrij en gaat in Doezum wonen en wordt daar weer onderwijzeres. Jan heeft zijn jeugd als zeer traumatisch ervaren. Hij is uit huis geplaatst en verbleef veel in pleeggezinnen. Veel later, toen hij veel te weten was gekomen over zijn vader kiepert hij de grafsteen van zijn vader in het Prinses Margrietkanaal. ”Doei heitie” waren zijn laatste woorden gericht aan zijn vader. Hij overlijdt als een verbitterd man, die zijn verleden niet heeft kunnen verwerken.
Op de foto Juf Klaske en daaronder zoon Jan.

57. Er werden wapens gedropt bij Aalsum als de code “ de worm heeft rode haren” te horen was en later: “Jan is een grote jongen”. En boerderij Wietse de Vries


Foto september 2025


De boerderij van Wietse de Vries

Het gezin Wietse Berend de Vries in Wouterswoude was een toevluchtsoord voor jongemannen, die niet thuis durfden te blijven. In oktober 1944 aanvaardde men een groot risico door bij Aalsum gedropte wapens op te bergen. Het droppen was tijdens de nachten van 19, 22 en 28 oktober en 24 november 1944. Met een praam van houthandelaar Pieter Gerke Oberman uit Dokkum, die geladen was met bieten voor Lolke Kramer uit Dantumawoude, werden de wapens in het holst van de nacht via de Zwemmer naar Wietse de Vries gebracht. Bij de Lange Brêge nam Lolke Kramer de praam over van illegale werkers uit Kollumerland. Bij Wietse de Vries werden de wapens gelost. De volgende dag haalde de veehouder de bieten uit de praam, toen bleek dat er een sten was blijven liggen. Vervolgens vond er een wapeninstructie plaats op het erf. De familie de Vries had wel een half jaar de wapens onder dak. Het gaf meermalen grote zorg in het gezin.

58. Halifax neergestort bij Bûnte Houn

Op 5 mei 1943 is een Engels vliegtuig, Halifax bommenwerper HR667 neergestort nabij de Bûnte Hûn.
Aan boord zaten:
1. Squadronleader John Bernard Flowerdew, 29 jaar
2.Pilot officer/navigatorDonald Edward Grant, 24 jaar
3. Flight sergeant Peter Edward Tiller, 19 jaar
4.Sergeant Johna George Stanley Dutton, 23 jaar
5. Sergeant George Rose, 31 jaar
6. Flight sergeant Kenneth Howard Buck, 20 jaar
7. Pilot officer Harold George Raymond Chiverton, 21  jaar

Hun toestel vertrok op 4 mei 1943 vanaf de RAF-basis Pocklington om de Duitse stad Dortmund te bombarderen. De lading bestond uit fosforbrand- en brisantbommen.  Even na middernacht werd het Britse toestel beschoten door Leutnant Robert Denzel, waardoor het in brand vloog en in de lucht explodeerde en nabij de Bûnte Hûn neerkwam. Twee bemanningsleden konden vrijwel direct teruggevonden worden, Rose en Buck. Zij hebben een graf gekregen op het kerkhof in Westergeest. Er werden tijdens de begrafenis saluutschoten afgevuurd. De overige bemanningsleden zijn niet teruggevonden. De motoren verdwenen in de grond en zijn later opgegraven.

Verhalen van ooggetuigen van de Crash van de Halifax
Nadat het vliegtuig in de lucht geëxplodeerd was, vielen de eerste brokstukken neer ten westen van de boerderij van Oebele Vries op Keatlingwier, een houten propeller bekleed met kunststof, die later als dampaal is gebruikt.

Dan giert het vliegtuig over de Zwemmer richting de woning van de familie Sipma. Minze Sipma was 13 jaar en ging kijken met zijn moeder en broer. Het was één vuurzee. Het regende brokstukken grote en kleine.

Lykele van der Veen woonde op de Triemen, was toen 18 jaar. Hij hoort het vuurgevecht en gaat ook naar buiten.

Ymkje de Bruin was ook ooggetuige. Haar vader had een boerderij, nu camping de Greidpôlle. Zij stond met haar vader te kijken. Een wiel van het landingsgestel sloeg door  het dak van een houten garage naast de boerderij van de familie Sikkens aan de Eelke Meinertswei. Het wiel stuitte er ook weer uit en kwam in een sloot terecht.

Ymkje de Bruin en haar vader waren bang dat het op hun boerderij neer zou komen, maar dat gebeurde niet. Een paar honderd meter zuidoostelijk stortte het in het weiland te pletter. Vlak achter de woning van Minze en Sjoukje Hamstra ( pake en beppe van Minze Sipma) . Vrij snel kwamen Duitse militairen , die het terrein afzetten en de wrakstukken op een vrachtwagen laadden.

Luit Klaver was onderweg van Kollumerzwaag naar Westergeest, waar hij werkzaam was als timmerman bij Pieter van der Haak. Hij zag zijn werkgever bij het neergestorte toestel. Samen hebben ze de staartschutter uit het toestel gehaald. Buiten het toestel lag ook een bemanningslid. De gevonden soldaten waren Buck en Rose.

Eelkje Sipkema-Reinders was de volgende ochtend bij Pietsje van Durk en Fokje Zijlstra. Ze weet nog heel goed dat Pieter van der Haak en Luut Klaver de soldaten op een ladder naar de weg brachten. Ze stonden voor het raam te kijken.

Herinneringen van Geert Postma uit Kollumersweach aan de oorlog

Geert Postma is 93 jaar en woonde in de oorlog aan het begin van de Simmerwei, eerste huis rechts, tegenover waar het vliegtuig, de Halifax, is neergestort. Hij heeft nog wel herinneringen aan de oorlog en vertelde het volgende.

De bevrijding
Vader had het knappe pak en moeder de jurk aan en zo stonden ze met 4 kinderen aan de kant van de weg op de Simmerwei, want de Canadezen zouden langs komen. Vader zei: Daar komen de Canadezen”. Er kwam een auto met soldaten met geweren aan van de kant van Aldwâld en ze zouden al bijna zwaaien met de rode zakdoek, toen bleek dat het Duitse soldaten waren. Jelle Kempenaar woonde in Café de Trije Romers op de Bûnte Hûn en was onderweg van Kollum naar huis. Hij droeg een rood wit blauwe vlag om zich heen, omdat ons land bevrijd was. Die zelfde Duitsers hebben hem door de arm geschoten. Postma had gehoord, dat ze deze Duitsers later in Hardegarijp hebben opgepakt. Even later kwamen de Canadezen er aan en die deelden sigaretten en chocola uit. Postma meende, dat ze vanuit de richting Aldwâld kwamen.

Andere herinneringen aan de oorlog
Vader moest opkomen voor “syn nûmer”
Aan het begin van de oorlog moest zijn vader opkomen voor “syn nûmer”, zoals dat genoemd werd. Hij moest met de trein van Buitenpost naar het Kurhaus in Scheveningen.
Moeder en de kinderen  waren lopend met vader onderweg naar Buitenpost, toen ze bij Lauwersland een bekende van vader tegenkwamen, die chauffeur was op een lijkwagen.
Vader kon meerijden en ze namen daar afscheid. Dat was een verdrietig moment, want ze wisten niet of vader wel weer terug zou komen.
“Us mem sei, yn ‘e lykauto fuort en der letter wer yn werom” tink. Een paar dagen later was vader weer thuis en heeft daar niet hoeven vechten.

Neerstorten Halifax
Die nacht werden ze wakker door het geronk van de vliegtuigen. De kinderen moesten onder de vensterbanken gaan liggen.
De volgende ochtend om 7 uur gingen Geert en zijn broer en zijn zus door het land naar de plek waar het vliegtuig was neergestort.
Er lagen overal brokstukken het was allemaal rook. Hij herinnert zich nog dat er een ketting lag, waar bloed aan zat.
Plysje Schaafsma en een Duitse soldaat zagen de kinderen en hebben ze weggestuurd. “Smoarge bern , wat moatte jim hjir”, zei Plysje Schaafsma.
Geert heeft daar nog snel een paar kogels opgezocht en thuis met de hamer er op geslagen. Vader ontdekte het en verbood de kinderen dat nog te doen, want het was gevaarlijk.

Geert zijn vader was arbeider bij Wijbe de Bruin( vader van Heine de Bruin). Zij speelden daar vaak. De NBS ( Nederlands Binnenlandse Strijdkrachten) hielden daar oefeningen.
Hij zag een kist in de schuur staan met een kleed er op en tilde het kleed op en zag munitie liggen. Wijbe de Bruin kwam er aan en zij moesten daar weggaan.

Een ander verhaal was, dat zij naar catechisatie gingen in Kollum, Geert en zijn zus op de fiets. Ze waren nog voor Kollum, toen een vliegtuig over hen heen scheerde.
Voor hen reed een paard en wagen met allemaal takken er op. De man kreeg het in de gaten wat de bedoeling was van de piloot van het  vliegtuig  en maakte het paard los van de wagen.
Geert en Hil werden ook bang en kropen in de berm. Het vliegtuig schoot daarna op die takken op de wagen, in de veronderstelling dat er mensen onder zaten.
Heel lang waren de kogelgaten in de weg nog zichtbaar.

Duitsers in huis

Er kwamen 3 Duitsers aan en gingen bij hen naar binnen. Vader was wel wat angstig , want wat gebeurt er moet ons gezin, maar ze deden de kogels uit hun revolvers
en wezen hen er op dat ze beter moesten verduisteren. Verder gebeurde er niks. Hun vader had niet meer de leeftijd, dat hij naar Duitsland moest, maar toch gaf het angst.

 

59.Wellington neergestort aan de Noordkant van Westergeest


Op 13 oktober 1941 is een Wellington bommenwerper X9822 ( Codenaam Johnny) bij Westergeest neergestort.
De zes bemanningsleden, die daarbij omkwamen waren:

1.Sergeant George Frederick Bateman, 21 jaar
2. Sergeant Harold Frederick Eyre, 19 jaar
3. Pilot Officer Frederick Jenkins, 25 jaar
4.Sergeant Harry Richard Legg, 23 jaar
5. Sergeant Ernest Robert Butson Magrath, 28 jaar
6. Sergeant Peter Alan Milton, 20 jaar

Op 12 oktober 1941 om 19.26 uur was hun toestel vertrokken vanaf de RAF-basis Alconburry. Ze hadden de opdracht om een bombardement uit te voeren in Duitsland. “s Nachts op de terugweg raakten ze in gevecht met Duitse nachtjagers.  De Wellington werd om 0.06 uur neergeschoten door een Duitse Messerschmitt, gevlogen door piloot Oblt. Helmut Lent. De kist stortte neer in het open veld bij de Oude Zwemmer bij Weerdeburen, tussen Westergeest en de Wouddijk. De brokstukken lagen verspreid over ongeveer 10 hectare land van Wieger Marten Sikkema. De brokstukken werden door de Duitsers opgehaald. De stoffelijke resten van de bemanning werden naar het baarhokje op de begraafplaats gebracht en later met militaire eer begraven.

Ooggetuigen van de crash van de Wellington

Pier Bosma, die aan de Dellenswei woont, werd wakker en ziet in het noordwesten een vuurgloed. Zijn vader gaat kijken waar het vliegtuig was neergestort, maar kan niets meer doen.

Willem Sikkema woont aan de Wouddijk. Hij is 14 jaar, mocht pas gaan kijken als de bemanning was weggehaald. De onderdelen liggen tot ver in de omtrek verspreid. Wat veel indruk op hem maakte waren de afdrukken van de lichamen in de grond, wel 25 cm diep.
Wieger Sikkema en Wieger Bosma kregen de opdracht om alle brokstukken op een wagen te laden en naar een vrachtwagen van de Duitsers te brengen, die het dan naar Utrecht brachten voor nader onderzoek.
De Duitse militairen, die bij de crashlocatie aanwezig waren, werden ingekwartierd bij de familie Bosma en Sikkema. Het bootje van Johannes Wijbenga  werd gebruikt om de Oude Zwemmer over te steken.

De bemanning werd in kisten gelegd door Dictus van der Veer, bode van de begrafenisvereniging en Willem Jonker, grafdelver. Ze werden met boerenwagens naar de kerk gebracht.
Op de foto links: Achter v.l.n.r. Dictus van der Veer en Willem Jonker. Voor v.l.n.r. Pieter van der Haak en Andries Dijkstra. Rechts een tijdelijk houten gedenkkruis op hun graf.

De begrafenis werd geleid door dominee Luuring. Het vuurpeloton, groot 15 man loste viermaal een schot boven het graf. Na het militaire saluut is de plechtigheid geëindigd en verlieten de soldaten het kerkhof.

60.Zelf tabak verbouwen (eigen bou), drogen en roken en vervoer van melk onder de jas
Er waren in de oorlog geen sigaretten, sigaren of tabak meer verkrijgbaar. Dus besloot men ze zelf te verbouwen, ook al is het klimaat en de grond in Nederland daar niet heel geschikt voor. Maar men probeerde wel een tabaksplant te kweken van ruim een meter hoog. De bladeren werden dan aan een touw geregen en opgehangen, soms in een kippenhok of bij een kuilbult, want het moest broeien. Daarna moesten ze naar de smid om de bladeren te snijden. Het resultaat was doorgaans een mengeling van groffe tabaksdraden en veel bruingroen kruimelwerk. Lekker of niet, het was te roken. Ook deed men wel zaagsel of fijngemaakte blaadjes van de hagedoorn in de pijp  en dan roken. Eabele Adema weet nog, dat zijn pake wel tabaksplanten kweekte, maar dat was waarschijnlijk na de oorlog>
Jan Brouwer vertelde, dat zijn vader ook tabaksplanten verbouwde, zowel voor pruimtabak  als voor shag. De bladeren werden gedroogd op de “hokszolder”. Als ze droog waren, gingen ze er mee naar de smid, die had een machientje om ze te snijden. Jan nam van school een (overtrek)blaadje uit een tekenschrift mee, dat gebruikt werd als vloei. Toen de Canadezen over de Trekweg aankwamen rijden met de bevrijding, gooiden ze pakjes sigaretten naar de mensen, die aan de kant stonden te juichen. Jan zijn vader kon een pakje sigaretten bemachtigen. Jan kreeg toen ook zijn eerste sigaret.

De melk was op de bon, maar wilde men meer melk halen bij een boer, dan werd daar een oplossing voor gevonden. Het was een twee liter melktankje in de vorm van het lichaam, dat onder de jas verstopt kon worden. Wel moest men oppassen dat de landwachters hen niet bij de boer hadden gezien.

61.Wie waren de “Platnoas” en “de skrik fan Dokkum”?

Meerdere keren komt in de literatuur de naam “Platnoas” voor. Iedereen was bang voor deze man. Hij was bij de Feldgendarmerie en gelegerd in Dokkumer Nieuwe Zijlen. Hij speurde o.a. jongemannen op, die niet voor de Arbeitseinsatz naar Duitsland uitgestuurd wilden worden om daar te werken. Zo pakte hij ook Pier de Vries van de Wouddijk onder Aldwâld op, die naar het strafkamp Schwarzer Weg in Wilhelmshaven werd getransporteerd. De werkelijke naam van de Platnoas kunnen we niet achterhalen.

In de omgeving van Dokkum was de gevreesde man Karl Himmstedt, die de “Skrik fan Dokkum” werd genoemd. Hij heeft op 7 januari 1945 Minze en Bartel Vries opgepakt, zoons van Oebele Vries en Trijntje Vries- van der Ploeg te Keatlingwier. Bartel is dezelfde dag weer vrijgelaten. Hij was niet ondergedoken, maar broer Minze wel. Bartel was meegenomen naar Dokkum, omdat hij zich tegen de arrestatie van zijn broer verzette. Minze moest ook naar het strafkamp in Wilhelmshaven, waar hij ook Pier de Vries ontmoette. Pier overleed daar op 14 april 1945. Vijf dagen later kwam Minze weer thuis in Keatlingwier.

Karl Himmstedt kwam in 1949 voor het tribunaal en kreeg vijf jaar.


(Op de foto’s boven de boerderij van familie Vries en de foto eronder de familie Bloemsma met Duitse soldaten en rechts vooraan Bartel Vries en achteraan rechts Minze Vries. Ze hadden geholpen om de brokstukken op te ruimen van de bommenwerper, de Whitney, die in de nacht van 27 februari 1942 ten zuiden van Driezum achter de boerderij van Bloemsma neergestort is. (De foto is gemaakt door een Duitse legerfotograaf.)

 

Wordt vervolgd op pagina 3 van de expositie d.d. 5 mei 2025

 

 

 

 

 

Share This:

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Algemeen

Deel 3 van de expositie Van Bevrijdingsdag 2025

62. Pieter en Woutrina van der Kloet trouwden zonder familie uit Friesland

Pieter van der Kloet was in dienst geweest al voor de Tweede Wereldoorlog en was al weer aan het werk bij een boer op Tibma, tot hij plotseling werd opgeroepen voor de Mobilisatie. Op de eerste dag van de Tweede Wereldoorlog moest hij “foar syn nûmer opkomme”, zoals dat genoemd werd en moest naar Dubbeldam, waar ook David Kloosterman gelegerd was. Pieter werd meteen krijgsgevangen genomen. De Duitsers waren er sneller dan verwacht.

Pieter had een dienstkameraad, waarmee hij regelmatig naar huis ging. Zo kwam hij in contact met zijn latere echtgenote Woutrina Veldman, de zus van de vrouw van de dienstkameraad. Eind 1944 wilden Pieter en Woutrina graag trouwen, maar het was niet mogelijk om te reizen van of naar Friesland. Er werd hevig gevochten in die omgeving. Het vervoermiddel op de Trouwdag was een huifkar.
Van de dienstkameraad kreeg Pieter een hoefijzer met de tekst er op geschilderd: “Ter herinnering aan mijn diensttijd in Ede 1938”.



63.Heine de Bruin uit Aldwâld op 25-jarige leeftijd aan het einde van de oorlog omgekomen
Heine de Bruin was 2 jaar getrouwd met Janke De Bruin-Nieuwenhuis, dochter Pietje was 1 jaar.
In de nadagen van de Tweede Wereldoorlog werd door de Binnenlandse Strijdkrachten in de nacht van 13 op 14 april 1944 de sluis Dokkumer Nieuwe Zijlen in bezit genomen en beveiligd.
Zij bewaakten ook een nabijgelegen driesprong bij de Soensterdijk. Bij diverse gebeurtenissen die volgden, kwamen Pieter Postma, Gerrit Bleeker, Jacob de Graaf en Heine de Bruin om het leven. Naar alle vier is een straatnaam genoemd in de gemeente Kollumerland. Aan Duitse zijde vielen 23 doden.

Hij werd net voordat ons land bevrijd werd, doodgeschoten door een groep Duitsers, die op de vlucht waren geslagen. Zij waren in de veronderstelling dat het Canadezen waren.

Heine de Bruin met zijn ouders en broers en zussen


Op de eerste foto Heine de Bruin. Daarna persoonsbewijs en armband van De Nederlandse Binnenlands Strijdkrachten en een vrijstellingsbewijs voor bezit fiets.

64. Landwachterslied op Bevrijdingsdag gezongen

De Landwachters werden gehaat, blijkt wel uit dit liedje

65.Capitulatie-overeenkomst geteekend!

66.De bevrijders van Westergeest, the Royal Canadian Dragoons

In april 1945 speelden de Royal Canadian Troops, waaronder de Royal Canadian Dragoons een sleutelrol bij de bevrijding van Friesland tijdens de laatste fase van de Tweede Wereldoorlog. Onder de codenaam Operatie Quick Anger trokken zij de provincie binnen en bevrijdden steden en dorpen met indrukwekkende snelheid en precisie.

Op 12 april 1945 begonnen ze hun opmars bij Noordwolde, gevolgd door de bevrijding van Dokkum op 14 april en de hoofdstad Leeuwarden op 15 april. Deze acties verliepen relatief snel, mede dankzij de effectieve samenwerking met het Friese verzet dat waardevolle inlichtingen en logistieke ondersteuning bood. Ook de dorpen Westergeest en Kollum werden door de Royal Canadian Troops bevrijd.

De bevrijding van Friesland was strategisch belangrijk voor de verdere opmars naar het noorden van Nederland en hielp om Duitse bevoorradingslijnen te verstoren. Elk jaar wordt de bevrijding herdacht op 15 april, bekend als ‘’Leeuwarden Day’’, met ceremonies en het hijsen van de regimentsvlag van de Royal Canadian Dragoons.

 

Tabaksbladeren zelf verbouwen
Jan Brouwer vertelde, dat zijn vader ook tabaksplanten verbouwde, zowel voor pruimtabak  als voor shag. De bladeren werden gedroogd op de “hokszolder”. Als ze droog waren, gingen ze er mee naar de smid, die had een machientje om ze te snijden. Jan nam van school een (overtrek)blaadje uit een tekenschrift mee, dat gebruikt werd als vloei. Toen de Canadezen over de Trekweg aankwamen rijden met de bevrijding, gooiden ze pakjes sigaretten naar de mensen, die aan de kant stonden te juichen. Jan zijn vader kon een pakje sigaretten bemachtigen. Jan kreeg toen ook zijn eerste sigaret.

 

67. Gedicht

Een eeuw gaat verstrijken
als een rimpel in de tijd

Een stip in de eeuwigheid
Met geen andere eeuw te vergelijken

Rampspoed en verandering waren groot
Soms vermomd als de vooruitgang

Maar er was veel ellende en dood
Te veel mensen bevreesd en bang

De nieuwe eeuw met het nieuwe jaar
Staat bij de een en dertigste keer klaar

Wat er in die nieuwe tijd gebeuren zal
Schept zorg en perspectief tegelijk

En geeft geen rust of zekerheid
Vraagt eigen inzet bovenal

68. Oorkonde

69.Een nieuw welkomstlied


70.Indiëgangers uit Westergeest

Jongemannen van Westergeast naar Indië!
Toen de Tweede wereldoorlog was afgelopen, wilde Indië ook van Nederlandse overheersing af. Omdat de Nederlandse politiek er in die dagen anders over dacht, werden jongemannen opgeroepen en naar Indië gestuurd om daar de orde te handhaven en te zorgen dat Nederland daar de baas bleef.

Onderstaande jongemannen uit Westergeast werden ingezet tijdens de Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog van 1945–1949

-Heine van Assen geboren in 1925 en overleden in 1996, woonde aan de Kalkhúswei, echtgenoot van Nellie Zijlstra.
-Heine de Bruin geboren in 1928 en overleden in 1994, woonde aan de Eelke Meinertswei, echtgenoot van Mattie Venema
-Lieuwe Huisman geboren in 1925 en overleden in 1998, echtgenoot van Froukje van der Veen(zus van Andries van der Veen)
-Jan Kingma, geboren in 1925 en overleden in 2000, echtgenoot van Henny Schotanus
-Sierk Schotanus geboren in 1925 en overleden in 1996, echtgenoot was Anne
-Tjalling Sipma geboren in 1925
-Andries van der Veen, geboren in 1925 en overleden in 1972
-Abraham de Vries, geboren in 1915 en overleden in 1987, echtgenoot van Boukje
-Jan Veenstra, geboren in 1925 en overleden in 1969, zoon van Wessels Anne van de Kalkhúswei.

Heine van Assen, Lieuwe Huisman en Andries van der Veen

Heine de Bruin (Westergeest)

Bram de Vries


Heine van Assen


Jan Kingma

Jan Veenstra

Sjirk Schotanus kreeg in Assen zijn opleiding als hospitaal-soldaat.  De familie heeft op maandag 23 september 1946 afscheid van hem genomen in Buitenpost, van waaruit hij met de trein vertrok via Assen naar Rotterdam, waar ze op de 27e september ingescheept werden op  “de Ruijs”. Op 23 oktober kwamen ze aan in Tandjong Priok. Op de terugreis voeren ze met de “Waterman” op 5 november 1949.
Sjirk krijgt een onderscheiding, uitgereikt door Prins Bernard.
Dit  vanwege o.a. het ophalen van gewonden van het slagveld, met gevaar voor eigen leven.


Sjirk Schotanus krijgt een onderscheiding van Prins Bernard

Sjirk Schotanus


Tjalling Sipma
71. Heine de Bruin van Westergeest naar Indië met Zuiderkruis

Heine de Bruin ( geb. 1928) was getrouwd met Martha Venema en de kinderen zijn Anna, Jappie, Griet en Aafke.

Heine de Bruin en Liekele van der Veen hadden de leeftijd om voor militaire dienst naar Indië uitgezonden te worden. Beide mannen konden vrijstelling krijgen, omdat ze voor hun werk niet gemist konden worden. Liekele kon niet gemist worden op de boerderij en bleef thuis. Heine de Bruin wilde niet achterblijven als de andere jongens wel moesten gaan.

72. Thuiskomst Indiëgangers in het jaar 1949
Vaak werd door de Bazuin een serenade gegeven. Ook werden de vlaggen gehesen

10 oktober 1949: Heine van Assen
10 november 1949: Jan Veenstra en Lieuwe Huisman
17 december 1949: Andries van der Veen
B. Walda en Tjalling Sipma

Van een aantal hebben we het bericht uit de krant.




 

Het Ministerie van oorlog schreef tussen 1950 en 1953 geregeld een briefje naar de Burgemeester van Kollumerland c.a. (Burg. Praamsma) met het verzoek 10 à 15 personen te complimenteren en een oorkonde toe te zenden.

 

73. Siep Schotanus na de bevrijding  in militaire dienst
Iedereen kon weer de weg op of aan het werk. Tenminste als ze niet opgeroepen werden voor militaire dienst. Er waren ook  jongens die vrijwillig in dienst gingen. Die moesten na een inwerkperiode naar Engeland. Siep Schotanus is 3 jaar in Engeland geweest bij de genietroepen.

In 1947 kwam hij met verlof thuis en nam tandpasta en fietsbanden mee en leerde hen thuis met mes en vork te eten. Siep op de foto linksachter.

74.Dodenherdenkingen

Ieder jaar wordt er, indien mogelijk,  op 4 mei aandacht besteed aan de Dodenherdenking op de begraafplaats in Westergeast.

De eerste dodenherdenking was in 1955. Bij de stille tocht op de foto lopen voorop Eabele Adema en Klaas Wiersma met omfloerste trom, dat een teken van rouw aangeeft.

Vaak werden er kransen overgestuurd vanuit Engeland en Canada van nabestaanden van de omgekomen vliegers

In 1998 heeft een stijlvolle onthulling van een gedenkteken plaatsgevonden, waarbij aanwezig Mike Shepherd van het Parachute regiment RAF en Luut Klaver, die heeft mee geholpen na de crash. Het gedenkteken is voor de vijf bemanningsleden van de RAF-bommenwerper, die neergestort is nabij de Bûnte Hûn, waarvan niks is teruggevonden.

 




Willem Jonker was de “deagraver”. Hij was hier bij de graven van de Engelse piloten, wiens vliegtuig in de oorlog in Westergeest neerstortte. Van de Duitsers moest hij een witte kiel dragen

 

75.Twintig  bommen(tjes) opgegraven en tot ontploffing gebracht.

Op 5 mei 1943 is de bommenwerper Halifax neergestort op het land van de familie de Bruin. Er lagen na de crash bommen in het land, die Pieter van der Haak en Willem Jonker hebben opgezocht en in overleg met de Bruin, die ook beheerder was van de begraafplaats, begraven op het kerkhof tussen het baarhokje en de heg. Dit was een plek, waar nooit gegraven zou worden, dus een veilige plek. De bommen lagen zorgvuldig begraven op één meter diepte. Het waren 8 fosforbommen,  die 50 cm lang waren en een doorsnee hadden van 12 cm.
De 12 staafrandbommen waren 20 cm lang en hadden een doorsnee van 3 á 4 cm.

In de Kollumer Courant van 14 november 1986 werd gemeld  dat de EOD( Explosieven Opruimingsdienst) de bommen heeft opgegraven en op een aanhangwagen met een laag zand gelegd en onder politiebegeleiding  laten vervoeren door  de heren Piet Westra en Steffen Veenstra van de gemeente, die zich vrijwillig meldden voor dit klusje. Met 28 staven kneedspringstof werden de bommen op de stortplaats tot ontploffing gebracht.

76.Bevrijding door de Canadezen

Op zondagochtend 14 april 1945 tegen twaalven kwamen de eerste vrachtauto’s met Canadezen langs de Trekweg. Voorop reed in een burgerauto met Oberman uit Dokkum op de treeplank, met het geweer in aanslag om de Canadezen de weg te wijzen en bedacht te zijn op eventuele onverwachte aanvallen.
De mensen uit Westergeest kwamen allen naar de Kalkhúsbrêge om de Canadezen te begroeten. Eelkje Sipkema en Henny Schotanus en Jappie van der Werff weten zich dit moment nog goed te herinneren.



De foto’s zijn van 5 mei 2024, toen er militaire voertuigen door Westergeast reden.
77. Bevrijdingsroute


Op vrijdag 13 april rijden de eerste Canadezen Appelscha binnen. De binnenlandse strijdkrachten bewaken de bruggen en delen de Canadezen mee waar zich Duitsers bevinden en waar ze heen trekken. Op veel plaatsen wordt gevochten tussen de BS en de Duitsers. Bij al die gevechten sneuvelen 31 BS’ers. Een Canadese bevelhebber zegt dat de Friezen zichzelf hebben bevrijd, maar uit de verhalen blijkt dat het niet zonder de hulp van de Canadezen kan. In de nacht van 13 op 14 april worden door de BS de wegen van Veenwouden naar Dokkum afgezet. Op 14 april rijden de Canadese tanks via Drachten richting Veenwouden.  Om tien uur loeit in Veenwouden nog de sirene. Er wordt geschoten tussen Duitsers en de BS. s’Middags komt een groep van zo’n 40 Canadezen Veenwouden binnen. In Damwoude arriveren ze om kwart over zeven. De bevolking is ontzettend blij met de komst van de bevrijders. Vervolgens gaat de tocht die zaterdagavond verder naar de markt in Dokkum.

Bij Makkum wordt op 18 april nog hevig gevochten. Hier bevinden zich Duitsers die zich nog niet willen overgeven. Canadezen en BS’ers moeten lang schieten voordat de laatste Duitsers in Friesland zich overgeven. Om drie uur op die woensdagmiddag is het gevecht afgelopen. De Duitsers geven zich over en Friesland is, op de Waddeneilanden na, bevrijd.

 

Share This:

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Algemeen