Dagelijks archief: 17 maart 2026

Deel 2 van de expositie op 5 mei 2025

Voor deel 1 ( 1 t/m 21) van de expositie klik hier
Deel 2: 21 t/m 44 ( wordt vervolgd)

22. Geld, dat in de oorlog gebruikt moest worden


Op 1 april 1941 maakt de Duitse bezetter een einde aan de monetaire scheiding tussen Nederland en Duitsland. Het gevolg was dat alle munten met een waarde; zoals munten van goud, zilver, kopper/nikkel en van brons werden omgesmolten en vervangen door muntgeld van zink.

Eind 1941 komt het eerste zinken oorlogsgeld in circulatie. In de loop van het daarop volgende jaar vervangen exemplaren van dit goedkope metaal langzamerhand de munten van 1 en 2½ cent (brons), 5 cent (nikkel) en 10 en 25 cent (zilver). Daarmee wordt tegelijkertijd een herinnering aan het koningshuis uitgewist.

23. Heilige mis in Westergeest en breisters gevraagd


Comité opgericht voor inzameling wol en breisters gevraagd:

24. Bonnenkaarten voor brood, boter, vleesch en versnaperingen

Om ervoor te zorgen dat iedereen in tijden van gebrek toch aan voedsel kon komen, werd door de overheid overgegaan tot de verstrekking van distributiebonnen.

Om aan distributiebonnen te komen moest men in het bezit zijn van een zogenoemde door de overheid verstrekte distributiestamkaart, die door de gemeente werd verstrekt.

Wanneer men de bonnen had verkregen, kon men op in de kranten aangekondigde tijden de winkel bezoeken. Omdat iedereen op hetzelfde moment zijn bonnen moest inleveren, stonden voor de winkels lange rijen.
Op 11 oktober 1939 werd in Nederland suiker als eerste product in de Tweede Wereldoorlog alleen verkrijgbaar met bonnen. Vanaf januari 1940 gold dit ook voor erwten. Tot in de jaren 50 bleven veel goederen slechts “op de bon” verkrijgbaar, koffie was in 1952 het laatste product dat ten slotte weer vrij verkrijgbaar werd.

25. Persoonsbewijzen en distributiekaarten en bonnen


Persoonsbewijzen en distributiestamkaarten van Pieter van der Haak en zijn vrouw Jitske van Assen en de vader van Pieter Berend van der Haak, Wijtske Reinders, Renze Blom  en tweede distributiestamkaarten van Klaas en Willemke en Wierd Kooistra en één van Renze Blom





26. Bonnenkaarten bij de kruidenierswinkels


Het café van Frans en Jeltsje Sikkema

Frans en Jeltsje Sikkema


De winkel van Gerhardus Hilboezen en Selie van der Schaaf (pake en beppe van Eelkje Sipkema-Reinders) en Eelkje Hilboezen.


Gerhardus Hilboezen en Selie van der Schaaf
Frans en Jeltsje hadden kruidenierswaren te koop in het café.
In oorlogstijd toen producten op de bon waren, werkten de beide winkeliers samen. Zij hadden beide dezelfde leverancier. Onderaan ziet u een opplakvel, waar ze de ingeleverde bonnen op plakten en wanneer ze samen genoeg hadden voor een rantsoen, zodat de producten bij de leverancier besteld konden worden. Identiteitskaart moest meegenomen worden als ze naar de gemeente gingen.




27.Kerkklok gevorderd door de Duitsers

Klokkenvordering, ook wel ‘klokkenroof’ genoemd, is een gebruik tijdens oorlogen dat eeuwen terug gaat. Er worden dan kerkklokken uit de torens gehaald, met als voornaamste doel kanonnen te gieten. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden in heel Nederland circa 6.700 klokken gevorderd door de Duitse bezetter, zo ook de klok van Westergeest, die dateerde uit het jaar 1898.

Na de oorlog is een nieuwe klok besteld bij de  firma van Berge uit Heiligerlee. De officiële ingebruikname was op 17 november 1949, waarbij Dominee F.G. van Binsbergen, Burgemeester J.J. Praamsma en meester ter Horst het woord voerden. Meester ter Horst bedankte de bevolking hartelijk voor de wijze, waarop ze haar medewerking verleend heeft aan de bazar en voor alle vrijwillige bijdragen. Ook werd bedankt voor de bijzondere gaven van de Kerkvoogdij, de Diaconie, de beide Begrafenisverenigingen, de Oranjevereniging, de Christelijke Vrouwenvereniging, Dr. Fokkema en vroegere plaatsgenoot Stelma, die nog een paar klompen voor de bazar beschikbaar stelde. Veel dank ook voor  B en W. en droegen de klok en geluidsinstallatie aan het Gemeentebestuur over.

Opschrift: “Gegoten 1948”, het gouden regeringsjaar van koningin Wilhelmina. Tot slot bedankte ook de Burgemeester de bevolking voor hun medewerking.

28. Uitstapje van de Jongelingenvereniging  Westergeest op 17 augustus 1944


Deze foto is niet compleet, omdat een aantal jongens ondergedoken zaten. Deze jongens hebben veel plezier, maar weten niet wat hen of hun familie mogelijk te wachten staat.
Bovenste rij v.l.n.r.: Lieuwe Kloosterman, Meester van Wessel,(leider), Jaring de Jong ( bakker van de Triemen), David Kloosterman (leider), Sjirk Bosgraaf, Wiebe Veenstra, Lieuwe Huisman, Durk Bosgraaf, Lykele van der Veen?
Middelste rij v.l.n.r.: Renze Kloosterman, Lieuwe Huisman ( e.v. Frouk), Gosse Wijma, Jacob de Jager, Bearn Dantuma, Pieter van der Werf, Heine van Assen, Thomas Visser, Pieter Tuinstra
Voorste rij v.l.n.r. Sjirk Loonstra, Jacob Huisman, Arjen Veenstra, Heine de Bruin.

29. Sjuk van der Heide was niet bang voor landwachters


Dit is de woning op de Trekwei 1, waar Sjuk en Wietske van der Heide woonden. (op de foto staan eerdere bewoners Heine van Assen en zijn grootmoeder Froukje)

Sjuk van der Heide woonde aan de Trekwei 1, waar later Roel Nicolai en zijn gezin woonden. Sjuk en grutte Wobke moesten ”sjitgatten grave” in de berm van de Trekweg. De beide mannen hadden niet zo veel zin in dit werk. Toen ze in de verte Duitse landwachters aan zagen komen sloeg Wobke Westra (van Hústernoard) zijn schep kapot. Hij kon van de landwachters bij Sake Dieuwke van der Werf wel een nieuwe schep ophalen. Niet iedereen durfde het aan tegen landwachters te zeggen: “Ik doch gjin wurk foar jimme”. Sjuk van der Heide wel. Ze namen hem mee, maar fouilleerden hem eerst. Hij had een steeksleutel bij zich. Deze werd door de landwachters in de Trekvaart gegooid. Hij zou naar Drenthe moeten om daar putjes te graven. Sjuk verbleef één of twee dagen in Dokkum. “Hy hat der neat wer fan heard”, aldus Anne Huisman.
Op de foto de woning van Sjuk en Wietske van der Heide. (op de foto staan eerdere bewoners Heine van Assen en zijn grootmoeder Froukje)
30. Pier de Vries naar kamp in Wilhelmshaven


Pier de Vries van de Wouddijk o/d/ Oudwoude

1940 De boerderij van de familie Witzenburg (later Hoeksma)

Pier de Vries ( geb. in 1921) woonde aan de Wouddijk onder Oudwoude. Door de oorlog had Duitsland geen arbeidskrachten meer om te werken in hun fabrieken. Zodoende werden mannen uit Nederland opgeroepen om zich te melden om daar te moeten werken ( Arbeitseinsatz). Pier de Vries bleef mooi thuis. Op een dag (februari 1945) was hij op de motor onderweg waarschijnlijk naar klasgenootje Trijntje Witzenburg aan de Weerdebuorsterwei. Onderweg werd hij door een Duitse militair( De Platnoas, in de volksmond genoemd) opgepakt, want hij had geen Ausweis bij zich en moest mee naar Leeuwarden. Daarna werd hij op transport gezet naar kamp Schwarzerweg in Wilhelmshaven. De omstandigheden waren daar erg slecht. Pier de Vries is daar na  4 weken ( 14 april 1945) overleden door ziekte, mede door luizen, die gaten in zijn huid hadden gemaakt.

 31. Oproep van het Gewestelijk Arbeidsbureau

Vertrek naar Duitschland

De Deutsche Abteilung van het Gewestelijk Arbeidsbureau in Leeuwarden plaatste de volgende waarschuwing in de krant.
Iedereen, die een oproep had gekregen en niet op kwam dagen, kreeg opnieuw een oproep en werd dan met den sterken arm gedwongen om af te reizen naar Duitschland en dan naar een andere bestemming dan de oorspronkelijke, maar met minder gunstige arbeidsvoorwaarden.
33.Bevel voor aanmelden arbeidsinzet

Op bevel der Duitsche Weermacht moeten alle mannen van 17 t/m 40 jaar zich voor den arbeidsinzet aanmelden!
Onmiddellijk na ontvangst van dit bevel moeten de jongemannen met de voorgeschreven uitrusting op straat gaan staan. Alle andere bewoners, ook vrouwen en kinderen moeten in de huizen blijven totdat de actie beëindigd is.
Het is aan alle inwoners der gemeente verboden hun woonplaats te verlaten. Op hen, die pogen te ontvluchten of weerstand te bieden, zal worden geschoten.


34. De algehele verduistering gaat met ingang van heden in!

Ieder ingezetene wake er voor, dat zijn huis geen licht uitstraalt.

Voert kalm maar precies elke last uit, welke in deze ogenblikken moet worden opgelegd.

35.Alle klokken vooruit, zelfde tijd als in Duitsland


In de Telegraaf van donderdag 16 mei 1940 stond vermeld,
dat hedennacht in Nederland om 24 uur dezelfde tijd als in Duitsland wordt ingevoerd.
Daarom moeten alle klokken om 24 uur zóó gezet worden, dat ze 1.40 aanwijzen

36.Clandestien slachten was riskant


Fokke Veenstra met paard en wagen

Fokke Veenstra, ze woonden aan het einde van de Van Teijenswei, adres is Trekwei 8
In de oorlog waren de meeste levensmiddelen schaars of op de bon.
Het illegaal slachten van bijvoorbeeld een varken of schaap was één van de manieren om aan voldoende vlees te komen, maar het was riskant. Als je betrapt werd stond er een fikse straf op. Dit overkwam Fokke Veenstra(1900-1965) ( e.v. Getje Postma, 1894-1935) uit Westergeest, hij kreeg twee maanden gevangenisstraf.
Fokke was niet de enige dorpsgenoot , die illegaal slachtte. Jan de Vries ( 1916-1992) ( e.v. Pietertje Kempenaar( 1917 -1976)had al meerdere malen geslacht, hij stak dan een helpende hand uit als ene Klaas Visser slachtte. Eis en vonnis 6 maanden gevangenisstraf, maar Jan ging in hoger beroep. Jan en Pietje woonden naast het lokaaltje aan de Van Teijenswei

37.Wenskaarten voor soldaten

38.Anne Huisman half jaar bij de PTT in Duitsland

Anne Huisman van de Bumawei 3 is 45 jaar PTT postbesteller geweest tot aan 31 december 1968. Tijdens de bezettingsjaren was hij een half jaar als PTT’er in functie in Suhl, Duitsland (DDR). Hoe hij ook had geprobeerd om er onderuit te komen, begin januari 1943 moest hij werken in Duitsland. Anne was daar in de kost bij een weduwe, maar het eten was slecht. Toen hij na een half jaar voor 11 dagen met verlof terugkeerde naar huis woog hij nog maar 100 pond. Hij had besloten om niet terug te keren naar Duitsland. Anne moest af en toe onderduiken, maar was ook regelmatig thuis. Op een dag kreeg zijn vrouw Jantje een seintje van politieagent Schaafsma, dat hij ’s avonds op bezoek kwam om te controleren of haar man ook thuis was. Dan wisten ze genoeg! Hij heeft een tijd ondergedoken gezeten in Surhuisterveen bij zijn zwager in een boerderij, waar meer onderduikers zaten. Daar beleefden ze een angstig moment, toen er een Duitser in huis was en een onderduiker tegen de deur bonkte. De Duitser hoorde dat ook, maar ze dachten dat het wel een koe geweest zou zijn.. En later ook bij Arend en Saakje Galema op it Langlân bij It Mounehiem. “De ratten rûnen ús oer de kop. Mar it wiene hiele bêste minsken”.
Jantje verzorgde het postkantoor en stuurde af en toe een brief naar Suhl via Leeuwarden, waar haar man zogenaamd aan het werk was. Zo speelde zij het spel mee. Anne was vroeger horlogemaker geweest, dus kon hij hier nog wat geld mee verdienen om klokken of horloges te herstellen.

Woning van Arend en Saakje Galema

39.Geallieerde vliegtuigen zullen levensmiddelen uitgooien boven het bezette gebied

 

Uit de Kollumer Courant van 27 april 1945
De vijand, die verantwoordelijk is voor de voedselvoorziening  heeft verzuimd voldoende voorraden aan te leggen. Het geallieerde opperbevel heeft nu last gegeven u van voedsel te voorzien door middel van pakketten die door vliegtuigen, voornamelijk door bommenwerpers, zullen worden uitgeworpen. De pakketten zijn zwaar, dus zoek dekking. Verdeel het voedsel eerlijk! Ten slotte wordt den Duitschers de raad gegeven, in hun eigen belang, mee te helpen aan een eerlijke verdeeling onder de bevolking.

40.Pieter Loonstra overleden in Japans gevangenschap in 1944

Pieter Loonstra was geboren in Westergeest op 2 februari 1912, zoon van Sipke Loonstra en Trijntje Bosgraaf. Pieter was Europees Korporaal bij de KNIL

Toen er door het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL) “flinke, goed oppassende jongemannen van 18 – 30 jaar (ongehuwd)” werden gevraagd, reageerde Pieter. En hij vertrok in 1938 per boot naar Indië. Daar raakte hij in maart 1942 betrokken bij de oorlog met Japan. Hij werd krijgsgevangen gemaakt en uiteindelijk ingezet bij de aanleg van de 415 kilometer lange beruchte Birma-Siam spoorlijn door Thailand en Birma. Onder erbarmelijke omstandigheden vonden zo’n honderdduizend dwangarbeiders naar schatting de dood.

Brigadier Pieter Loonstra werd ziek en overgebracht naar een hospitaal in Saigon. Daar kwam hij te overlijden op 5 mei 1944 en daar werd hij begraven. Later werd hij herbegraven op het Kranji War Cemetery in Singapore.

Voor de familie in Fryslân was het een onzekere tijd ,want in 1944 werd de naam van hun zoon als krijgsgevangene nog genoemd in meerdere dagbladen.  Zij kregen in april 1946 pas bericht van zijn overlijden.

41.Pieter van der Haak was werkzaam bij de Burgerwacht

Pieter van der Haak ( geb. 29 april 1889) was getrouwd met Jitske van Assen( geb. 13 februari 1904). Het zijn de ouders van Frouwkje Bijlstra – van der Haak(echtgenoot van Jacob Bijlstra).De burgerwacht in Nederland werd in 1918 gevormd om op te treden tegen ‘revolutionaire woelingen’. Burgers in het uniform van de Vrijwillige Burgerwacht oefenden in het hanteren van wapens. Zij waren in deze zin de opvolgers van de in 1907 opgeheven schutterijen. De lokale verenigingen waren verenigd in de Nederlandse Bond van Vrijwillige Burgerwachten welke in 1940 door de Duitse bezetter tijdens de Tweede Wereldoorlog ontbonden werd en daarna niet meer heropgericht werd.
Op de foto Pieter van der Haak, de armband van de Burgerwacht. Ingevolge de opdracht  van Het Duitse Bezettingsbestuur om den Bijzonderen Vrijwilligen Landstorm te ontbinden, wordt P. van der Haak ontheven van zijn verbintenis.

42. Pieter van der Haak was ook werkzaam bij de Luchtbescherming.

Pieter van der Haak ( geb. 29 april 1989) was getrouwd met Jitske van Assen( geb. 13 februari 1904). Het zijn de ouders van Frouwkje Bijlstra – van der Haak(echtgenoot van Jacob Bijlstra). Hun adres was Westergeest 57.Hij was timmerman/ eigenaar Bouwbedrijf van der Haak. Op de foto Pieter van der Haak, aanstellingsbewijs L.B. en een Ausweis.



43. Alle verzetsstrijders in Kollumerland

44 Juf Klaske Salverda op school Triemen.

Klaske Salverda was onderwijzeres aan de Christelijke lagere school in de Triemen. Ze was getrouwd met Mindert Veenstra, die de nationaal-socialistische ideologie aanhing. Klaske werd erg door hem beïnvloed. Het huwelijk loopt stuk en  later krijgt Klaske een relatie met Jan Wierds Veenstra uit Zwagerbosch, die Friese Les geeft aan de school. Jan krijgt een baan op het distributiekantoor in Buitenpost en sluit zich na een poosje aan bij de NSB. Ze krijgen 3 kinderen, een dochter geboren in 1941 en Jan in 1942 en later nog een dochter.

De bevrijding. Iedereen is blij, maar voor het gezin Veenstra breekt een moeilijke tijd aan. Op 17 april 1945, een klop op de deur en twee jongemannen in blauwe overalls arresteren het gezin. Zij worden op een “kar van schande” afgevoerd. Vader Jan gaat naar een interneringskamp Nuis in Marum. De rest van het gezin naar kamp Wilhelminahoeve in Opende. Jan mocht zijn vader nog één keer zien en een kusje door het gaas geven. De twee oudste kinderen gaan naar familie. Klaske blijft met de pasgeboren baby in Opende. Vader Jan overlijdt in ziekenhuis en wordt begraven in Kollumerzwaag. Klaske komt op 6 mei vrij en gaat in Doezum wonen en wordt daar weer onderwijzeres. Jan heeft zijn jeugd als zeer traumatisch ervaren. Hij is uit huis geplaatst en verbleef veel in pleeggezinnen. Veel later, toen hij veel te weten was gekomen over zijn vader kiepert hij de grafsteen van zijn vader in het Prinses Margrietkanaal. ”Doei heitie” waren zijn laatste woorden gericht aan zijn vader. Hij overlijdt als een verbitterd man, die zijn verleden niet heeft kunnen verwerken.
Op de foto Juf Klaske en daaronder zoon Jan.

45. Er werden wapens gedropt bij Aalsum als de code “ de worm heeft rode haren” te horen was en later: “Jan is een grote jongen”. En boerderij Wietse de Vries


Foto september 2025


De boerderij van Wietse de Vries

Het gezin Wietse Berend de Vries in Wouterswoude was een toevluchtsoord voor jongemannen, die niet thuis durfden te blijven. In oktober 1944 aanvaardde men een groot risico door bij Aalsum gedropte wapens op te bergen. Het droppen was tijdens de nachten van 19, 22 en 28 oktober en 24 november 1944. Met een praam van houthandelaar Pieter Gerke Oberman uit Dokkum, die geladen was met bieten voor Lolke Kramer uit Dantumawoude, werden de wapens in het holst van de nacht via de Zwemmer naar Wietse de Vries gebracht. Bij de Lange Brêge nam Lolke Kramer de praam over van illegale werkers uit Kollumerland. Bij Wietse de Vries werden de wapens gelost. De volgende dag haalde de veehouder de bieten uit de praam, toen bleek dat er een sten was blijven liggen. Vervolgens vond er een wapeninstructie plaats op het erf. De familie de Vries had wel een half jaar de wapens onder dak. Het gaf meermalen grote zorg in het gezin.

46. Halifax neergestort bij Bûnte Houn

Op 5 mei 1943 is een Engels vliegtuig, Halifax bommenwerper HR667 neergestort nabij de Bûnte Hûn.
Aan boord zaten:
1. Squadronleader John Bernard Flowerdew, 29 jaar
2.Pilot officer/navigatorDonald Edward Grant, 24 jaar
3. Flight sergeant Peter Edward Tiller, 19 jaar
4.Sergeant Johna George Stanley Dutton, 23 jaar
5. Sergeant George Rose, 31 jaar
6. Flight sergeant Kenneth Howard Buck, 20 jaar
7. Pilot officer Harold George Raymond Chiverton, 21  jaar

Hun toestel vertrok op 4 mei 1943 vanaf de RAF-basis Pocklington om de Duitse stad Dortmund te bombarderen. De lading bestond uit fosforbrand- en brisantbommen.  Even na middernacht werd het Britse toestel beschoten door Leutnant Robert Denzel, waardoor het in brand vloog en in de lucht explodeerde en nabij de Bûnte Hûn neerkwam. Twee bemanningsleden konden vrijwel direct teruggevonden worden, Rose en Buck. Zij hebben een graf gekregen op het kerkhof in Westergeest. Er werden tijdens de begrafenis saluutschoten afgevuurd. De overige bemanningsleden zijn niet teruggevonden. De motoren verdwenen in de grond en zijn later opgegraven.

Verhalen van ooggetuigen van de Crash van de Halifax
Nadat het vliegtuig in de lucht geëxplodeerd was, vielen de eerste brokstukken neer ten westen van de boerderij van Oebele Vries op Keatlingwier, een houten propeller bekleed met kunststof, die later als dampaal is gebruikt.

Dan giert het vliegtuig over de Zwemmer richting de woning van de familie Sipma. Minze Sipma was 13 jaar en ging kijken met zijn moeder en broer. Het was één vuurzee. Het regende brokstukken grote en kleine.

Lykele van der Veen woonde op de Triemen, was toen 18 jaar. Hij hoort het vuurgevecht en gaat ook naar buiten.

Ymkje de Bruin was ook ooggetuige. Haar vader had een boerderij, nu camping de Greidpôlle. Zij stond met haar vader te kijken. Een wiel van het landingsgestel sloeg door  het dak van een houten garage naast de boerderij van de familie Sikkens aan de Eelke Meinertswei. Het wiel stuitte er ook weer uit en kwam in een sloot terecht.

Ymkje de Bruin en haar vader waren bang dat het op hun boerderij neer zou komen, maar dat gebeurde niet. Een paar honderd meter zuidoostelijk stortte het in het weiland te pletter. Vlak achter de woning van Minze en Sjoukje Hamstra ( pake en beppe van Minze Sipma) . Vrij snel kwamen Duitse militairen , die het terrein afzetten en de wrakstukken op een vrachtwagen laadden.

Luit Klaver was onderweg van Kollumerzwaag naar Westergeest, waar hij werkzaam was als timmerman bij Pieter van der Haak. Hij zag zijn werkgever bij het neergestorte toestel. Samen hebben ze de staartschutter uit het toestel gehaald. Buiten het toestel lag ook een bemanningslid. De gevonden soldaten waren Buck en Rose.

Eelkje Sipkema-Reinders was de volgende ochtend bij Pietsje van Durk en Fokje Zijlstra. Ze weet nog heel goed dat Pieter van der Haak en Luut Klaver de soldaten op een ladder naar de weg brachten. Ze stonden voor het raam te kijken.

Wellington neergestort aan de Noordkant van Westergeest


Op 13 oktober 1941 is een Wellington bommenwerper X9822 ( Codenaam Johnny) bij Westergeest neergestort.
De zes bemanningsleden, die daarbij omkwamen waren:

1.Sergeant George Frederick Bateman, 21 jaar
2. Sergeant Harold Frederick Eyre, 19 jaar
3. Pilot Officer Frederick Jenkins, 25 jaar
4.Sergeant Harry Richard Legg, 23 jaar
5. Sergeant Ernest Robert Butson Magrath, 28 jaar
6. Sergeant Peter Alan Milton, 20 jaar

Op 12 oktober 1941 om 19.26 uur was hun toestel vertrokken vanaf de RAF-basis Alconburry. Ze hadden de opdracht om een bombardement uit te voeren in Duitsland. “s Nachts op de terugweg raakten ze in gevecht met Duitse nachtjagers.  De Wellington werd om 0.06 uur neergeschoten door een Duitse Messerschmitt, gevlogen door piloot Oblt. Helmut Lent. De kist stortte neer in het open veld bij de Oude Zwemmer bij Weerdeburen, tussen Westergeest en de Wouddijk. De brokstukken lagen verspreid over ongeveer 10 hectare land van Wieger Marten Sikkema. De brokstukken werden door de Duitsers opgehaald. De stoffelijke resten van de bemanning werden naar het baarhokje op de begraafplaats gebracht en later met militaire eer begraven.

Ooggetuigen van de crash van de Wellington

Pier Bosma, die aan de Dellenswei woont, werd wakker en ziet in het noordwesten een vuurgloed. Zijn vader gaat kijken waar het vliegtuig was neergestort, maar kan niets meer doen.

Willem Sikkema woont aan de Wouddijk. Hij is 14 jaar, mocht pas gaan kijken als de bemanning was weggehaald. De onderdelen liggen tot ver in de omtrek verspreid. Wat veel indruk op hem maakte waren de afdrukken van de lichamen in de grond, wel 25 cm diep.
Wieger Sikkema en Wieger Bosma kregen de opdracht om alle brokstukken op een wagen te laden en naar een vrachtwagen van de Duitsers te brengen, die het dan naar Utrecht brachten voor nader onderzoek.
De Duitse militairen, die bij de crashlocatie aanwezig waren, werden ingekwartierd bij de familie Bosma en Sikkema. Het bootje van Johannes Wijbenga  werd gebruikt om de Oude Zwemmer over te steken.

De bemanning werd in kisten gelegd door Dictus van der Veer, bode van de begrafenisvereniging en Willem Jonker, grafdelver. Ze werden met boerenwagens naar de kerk gebracht.
Op de foto links: Achter v.l.n.r. Dictus van der Veer en Willem Jonker. Voor v.l.n.r. Pieter van der Haak en Andries Dijkstra. Rechts een tijdelijk houten gedenkkruis op hun graf.

De begrafenis werd geleid door dominee Luuring. Het vuurpeloton, groot 15 man loste viermaal een schot boven het graf. Na het militaire saluut is de plechtigheid geëindigd en verlieten de soldaten het kerkhof.

Zelf tabak verbouwen (eigen bou), drogen en roken en vervoer van melk onder de jas
Er waren in de oorlog geen sigaretten, sigaren of tabak meer verkrijgbaar. Dus besloot men ze zelf te verbouwen, ook al is het klimaat en de grond in Nederland daar niet heel geschikt voor. Maar men probeerde wel een tabaksplant te kweken van ruim een meter hoog. De bladeren werden dan aan een touw geregen en opgehangen, soms in een kippenhok of bij een kuilbult, want het moest broeien. Daarna moesten ze naar de smid om de bladeren te snijden. Het resultaat was doorgaans een mengeling van groffe tabaksdraden en veel bruingroen kruimelwerk. Lekker of niet, het was te roken. Ook deed men wel zaagsel of fijngemaakte blaadjes van de hagedoorn in de pijp  en dan roken. Eabele Adema weet nog, dat zijn pake wel tabaksplanten kweekte, maar dat was waarschijnlijk na de oorlog>
Jan Brouwer vertelde, dat zijn vader ook tabaksplanten verbouwde, zowel voor pruimtabak  als voor shag. De bladeren werden gedroogd op de “hokszolder”. Als ze droog waren, gingen ze er mee naar de smid, die had een machientje om ze te snijden. Jan nam van school een (overtrek)blaadje uit een tekenschrift mee, dat gebruikt werd als vloei. Toen de Canadezen over de Trekweg aankwamen rijden met de bevrijding, gooiden ze pakjes sigaretten naar de mensen, die aan de kant stonden te juichen. Jan zijn vader kon een pakje sigaretten bemachtigen. Jan kreeg toen ook zijn eerste sigaret.

De melk was op de bon, maar wilde men meer melk halen bij een boer, dan werd daar een oplossing voor gevonden. Het was een twee liter melktankje in de vorm van het lichaam, dat onder de jas verstopt kon worden. Wel moest men oppassen dat de landwachters hen niet bij de boer hadden gezien.

Wie waren de “Platnoas” en “de skrik fan Dokkum”?

Meerdere keren komt in de literatuur de naam “Platnoas” voor. Iedereen was bang voor deze man. Hij was bij de Feldgendarmerie en gelegerd in Dokkumer Nieuwe Zijlen. Hij speurde o.a. jongemannen op, die niet voor de Arbeitseinsatz naar Duitsland uitgestuurd wilden worden om daar te werken. Zo pakte hij ook Pier de Vries van de Wouddijk onder Aldwâld op, die naar het strafkamp Schwarzer Weg in Wilhelmshaven werd getransporteerd. De werkelijke naam van de Platnoas kunnen we niet achterhalen.

In de omgeving van Dokkum was de gevreesde man Karl Himmstedt, die de “Skrik fan Dokkum” werd genoemd. Hij heeft op 7 januari 1945 Minze en Bartel Vries opgepakt, zoons van Oebele Vries en Trijntje Vries- van der Ploeg te Keatlingwier. Bartel is dezelfde dag weer vrijgelaten. Hij was niet ondergedoken, maar broer Minze wel. Bartel was meegenomen naar Dokkum, omdat hij zich tegen de arrestatie van zijn broer verzette. Minze moest ook naar het strafkamp in Wilhelmshaven, waar hij ook Pier de Vries ontmoette. Pier overleed daar op 14 april 1945. Vijf dagen later kwam Minze weer thuis in Keatlingwier.

Karl Himmstedt kwam in 1949 voor het tribunaal en kreeg vijf jaar.


(Op de foto’s boven de boerderij van familie Vries en de foto eronder de familie Bloemsma met Duitse soldaten en rechts vooraan Bartel Vries en achteraan rechts Minze Vries. Ze hadden geholpen om de brokstukken op te ruimen van de bommenwerper, de Whitney, die in de nacht van 27 februari 1942 ten zuiden van Driezum achter de boerderij van Bloemsma neergestort is. (De foto is gemaakt door een Duitse legerfotograaf.)

Broers Masolijn bij Klaas en Willemke Kooistra en bij Pieter en Jitske van der Haak


Klaas en Willemke Kooistra woonden aan de Kertiersreed en hadden daar een kleine boerderij.Toen er vanuit Roermond evacuees naar Westergeest werden gebracht, had iedereen een plekje toegewezen gekregen, maar bleef Keub Masolijn over. Dochter Boukje Kooistra vond dat niet kunnen en  nam hem mee naar huis. Ook na de oorlog is er nog steeds contact over en weer. Op de begrafenis van Klaas en Willemke Kooistra waren Keub en zijn vrouw Greet ook aanwezig en in 1992 zaten ze met de familie Kooistra aan het diner. Op de foto links Klaas en Willemke Kooistra en ernaast Greet en Keub met Wierd en Ymie Kooistra  aan tafel en eronder Keub.


Dit jongetje in het matrozenpakje is Sjeng Masolijn, de broer van Keub. Hij was bij Pieter en Jitske van der Haak, de timmerman in het dorp. Sjeng is na de oorlog weer even terug geweest in Westergeest, want hij had een oogje op een meisje in Westergeest, maar toen bleek dat zij al verkering had is, heeft hij gekozen voor het vreemdelingenlegioen. Hij heeft dat overleefd en is later getrouwd en in Limburg gaan wonen. (Het Vreemdelingenlegioen wordt veelal afgebeeld als een plaats waar mannen naartoe gaan om “te vergeten” en een nieuw leven te beginnen.)
Op de foto Pieter en Jitske van der Haak met 3 kleinkinderen.

 

Wordt vervolgd op pagina 3 van de expositie d.d. 5 mei 2025

 

 

 

 

 

Share This:

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Algemeen