Verslag van de Foto/verhalenavond van 14 april 2026

Grote opkomst op foto/verhalenavond over evacuées
Dinsdagavond was de foyer van MFC de Tredder in Westergeast met 50 aanwezigen vrijwel tot de laatste stoel toe bezet. Het was een avond waar het thema “Evacuees in Westergeast”centraal stond.
En met de aanwezigheid van een evacueé, Jacques Willems, met zijn echtgenote Isabella, die nog over zijn verblijf vanaf januari 1945 in Westergeast kon vertellen, was het een unieke bijeenkomst. Jacques is 87 jaar en zijn vrouw bijna 86 jaar. Ze zijn nu woonachtig in Waalwijk en logeerden deze week een aantal dagen in Westergeast.

Jacques vertelt zijn verhaal over de evacuatie


V.l.n.r.: Jacques Willems, Isabella Willems en Han ter Horst, zoon van schoolmeester Ter Horst, hoofd van de Openbare school.


Voor v.l.n.r.:Minke Adema, Minke Hiemstra-Klaver, Jacques Willems, Isabella Willems, Han ter Horst.


Welkomstwoord


Han ter Horst vertelt het verhaal over geel water uit de pomp, waar hij groot mee geworden is.


Een attentie voor Jacques van de organisatie

Naast een hartelijk woord van welkom aan de heer en mevrouw Willems, werd ook Minke Hiemstra-Klaver uit Kollumersweach in het bijzonder welkom geheten. Zij was degene, die vroeger met Jacques heeft gespeeld, wanneer ze bij haar pake en beppe op bezoek was, waar Jacques verbleef en het contact is altijd gebleven. Zij heeft op de vraag in Nieuwsblad NOF of er nog iemand iets kon vertellen over de familie Willems, het artikel opgestuurd naar Jacques en dit heeft uiteindelijk geleid tot het organiseren van deze avond.

Vier dagen onderweg van Roermond naar Westergeast
Jacques vertelde eerst over de vier dagen durende reis onder winterse omstandigheden vanuit Roermond naar uiteindelijk Westergeast.  De ouders met 10 kinderen in de leeftijd van 2 -14  jaar moesten van het ene moment op het andere moment vertrekken. De aardappelen stonden nog op het vuur, maar er was geen tijd meer om te eten.
Toen ze onderweg waren, met twee kinderwagens en de rest hand in hand, kwam een hauptman (kapitein) van Duitse leger naar ze toe en zei dat ze met zo’n groot gezin niet te voet naar Brüggen gingen, maar via een ander verzamelpunt met een vrachtauto. Vanuit Brüggen gingen ze via Duitsland met een trein met goederenwagons naar uiteindelijk het station in  Buitenpost. In Buitenpost kregen de evacuees warme melk van Zuivelfabriek Huis ter Noord aangeboden, dat heel erg in de smaak viel. In de Openbare lagere school in Buitenpost kregen ze stamppot koolraap en vlees.  Vandaar ging de reis verder met paard en wagen naar Kollum, waar nog een nacht in een school werd doorgebracht. Van daaruit werd men naar De Hervormde Kerk in Westergeast gebracht en daar werd hen verteld naar welk gastgezin de gezinsleden gingen.
Een uitgebreid verslag vindt u onder deze link

Bezoek aan de kerk na 81 jaar
Dinsdagmiddag hebben Jacques en zijn echtgenote met twee commissieleden de kerk in Westergeast nog bezocht. Dat riep wel herinneringen op. Hij weet nog in welke banken ze zaten en dat vanaf de preekstoel hen verteld werd waar ze naar toe gingen.  “Dat ik dit na 81 jaar nog mag meemaken, vind ik geweldig”, aldus Jacques.

Fotoreportage, anekdotes en vragen uit de zaal
Aan de hand van foto’s van evacuees en de gastgezinnen, die op groot scherm getoond werden, vertelde Jacques over zijn herinneringen aan de tijd van hun vier maanden durend verblijf en kwamen er reacties, anekdotes en vragen vanuit de zaal. De foto’s van de evacuees en gastgezinnen

-Jacques vertelde, dat hij en een paar jongens zat te vissen aan de Trekvaart, toen er een Duitser op de fiets aan kwam rijden. Hij vroeg in gebroken Nederlands aan de jongens, of ze al vis gevangen haddenn. Nee, zeiden ze. Hij pakte een steelhandgranaat uit de fietstas en gooide die in het water. De dode en verdoofde vissen kwamen meteen boven drijven en met een schepnet hebben de jongens de vissen uit het water gehaald.

-Het jongere broertje Wim lag een keer op een omgekeerde boot steentjes te gooien in de Trekvaart, maar hij gleed het water in. Jacques is er nooit achter gekomen wie Wim uit het water heeft gehaald.

-Op zondag ging het gezin naar De RK kerk in Dokkum om de Heilige Mis bij te wonen. Jacques moest dan achter op de fiets zitten, maar het was een fiets met houten banden( “kusjebannen”in het Fries) en dat was niet een plezierig ritje.

– Ellie Kuipers vertelde, dat bij een later bezoek van de familie Willems aan de familie Kuipers men graag naar de RK kerk in Dokkum wilde gaan. Kuipers zag geen mogelijkheden om hen te brengen. Zoon Jille heeft hen toen naar Dokkum gebracht.

-Han ter Horst, zoon van meester ter Horst van de Openbare School wist nog, dat er in de school gelegenheid was om te biechten voor de evacuees. Er kwam iedere week een pastoor uit Dokkum langs. Die vroeg aan vader ter Horst om een kannetje water. Vader ter Horst haalde water uit de pomp achter de woning, maar dat was geel van kleur. De pastoor dacht dat hij in de maling/zeik genomen werd. Dat was niet het geval ,wij gebruikten dit als drinkwater en zijn er groot mee geworden, aldus Han ter Horst.

-Han ter Horst vertelde dat bij Wietse Bosma ook een evacuee was, een mevrouw. Wietse zijn echtgenote was overleden. Hij gaf kleding van zijn overleden vrouw aan de evacuee en dat vond die vrouw niet leuk.  Zij verscheurde de kleding, wat hij niet leuk vond.

-Rense de Wilde vertelde, dat er een evacuee, Pierre Pisters uit Roermond was bij zijn ouders, die aan de Wouddijk woonden, maar ze hadden ook een onderduiker, Jan Putje. Pierre mocht overal met zijn vader mee naar toe, maar de onderduiker mocht zich nergens laten zien. Een aantal jaren geleden deed Rense een poging om Pierre Pisters te bellen. Hij zocht om de naam in het telefoonboek en op de gok belde hij en zei: “Het is met Rense de Wilde. Meteen kwam het antwoord van de andere kant van de lijn: van Klaas en Sietske de Wilde? Ja, zei Rense.
De onderduiker en Pierre hielden zich bezig om met de brandstofvoorziening. Van papier maakten ze briketten, die later in de kachel gebruikt konden worden en verder werden er bomen gezaagd.

-Isabella :De echtgenote van Jacques, Isabella, was 4 jaar toen zij ook vanuit Roermond moesten evacueren. Ze gingen (moeder met 2 kinderen 4 en 2 jaar) naar Oldeberkoop. Ze waren bij een imker. Ze vonden het daar wel fijn, we gingen een stukje langs de koeien lopen en kregen daar warm eten bij buren. De band met de familie was daar goed en het contact fijn. Na de oorlog werden ze ook weer zo goed ontvangen in Friesland.
Mijn vader hadden ze meegenomen, hij zat in de kelder verstopt, maar ze ontdekten hem en namen hem mee. Ik was zo’n klein “moppie” nog en dan zie je dat je vader meegenomen wordt. Hij is later gelukkig weer teruggekomen en was heel blij dat hij heelhuids thuis was aangakomen.
Haar vader was gearresteerd om te werken in Duitsland voor de Arbeitseinsatz in Wupperthal. Deze stad is verschrikkelijk gebombardeerd door de geallieerden. Wat gebeurd is, is gebeurd, haar vader wilde dat bombarderen zien, want hij klom altijd naar boven in het gebouw. Hij moet wel 5 engeltjes op zijn schouders hebben gehad dat hij dit overleefd heeft. Hij vertelde verder niet veel over de oorlog. Als kind mocht je ook niets vertellen.

-Theo Willems was bij de familie Keimpe en Jits Annema. Theo heeft wel eens verteld dat Keimpe een grappenmaker was. Wanneer Jits met een pollepel het warm eten opschepte en Keimpe het bord bij de pan hield, trok hij het bord opeens weg en viel het eten op tafel. Dat was niet leuk voor Jits natuurlijk.

-Op de vraag uit de zaal of ze onderling als kinderen ook contact met elkaar hadden, vertelde Jacques, dat Theo en zijn zus Mariet wel een keer bij de familie Klaver, waar Jacques verbleef, zijn geweest, maar niet vaak. Jacques moest op het erf blijven. Beppe Klaver zat in de kamer over haar brilletje te kijken wat Jacques deed. Als hij bijna van het erf was werd er geroepen: “waar ga je naar toe”. Hij mocht niet op de weg komen voor zijn eigen veiligheid. Jacques mocht alleen op de weg komen als zoon Kees er bij was. De moeder van Jacques kwam niet veel bij de kinderen langs, omdat ze niet goed kon lopen. Vader kwam wel regelmatig langs.

-Jacques : De pastoor uit Dokkum kwam meestal op zondag op bezoek. Mijn vader zat eens te vissen aan de Trekvaart, mevrouw Kuipers zei tegen mijn vader: Kom gauw naar binnen, want ‘die zwartrok’ van jullie komt er aan en jullie mogen vast niet op zondag vissen. Als mijn vader ging biechten werd gevraagd, heb je wel je portemonnee bij je, men dacht toen nog dat je de aflaten moest afbetalen. Dat was niet het geval.

-Griet Banga-Klaver had van haar moeder gehoord dat er evacuees in de oorlog bij pake en beppe Andries en Griet Dijkstra waren. Dat waren twee meisjes Suus en Tienie Perriëns, vader was koster van de grote kerk(Kathedraal) in Roermond, De vader en moeder waren ondergebracht bij mijn oom en tante Boele en Romkje Dijkstra. De kinderen waren hier en daar ondergebracht op de Walddyk. Ik weet dat er nog lang contact geweest is met de familie.

-Vraag uit de zaal : Wat was de reden van het evacueren? Jacq : Roermond was een frontstad. (de naam Roermond betekent dat daar de rivier de Roer uitmond in een andere rivier de Maas) tevens was daar een belangrijke rivierovergang. De geallieerden lagen aan de westzijde van de rivier de Maas en de stad Roermond (onder Duits gezag) aan de oostzijde. Tevens was Roermond een belangrijk spoorwegknooppunt met een groot rangeerterrein dat voor de Duitsers heel belangrijk was. De geallieerden beschoten Roermond (vooral het spoorwegknooppunt met artillerie en mortiervuur. De Duitsers wilden voorkomen dat de Amerikanen later zouden zeggen dat de Duitsers de stad gebombardeerd hadden en daarmee burgerslachtoffers hadden gedood. Daarom moesten ze van de Duitsers zo snel mogelijk vertrekken.

30 000 mensen werden afgevoerd, in beestenwagens met stro op de grond. Maar een enkeling wilde echt niet weg, maar moesten zich van de Grune Polizei binnen een uur melden op de verzamelplaats.

-Jentsje Jonker woont nu in Driezum, maar zij woonden vroeger in de woning bij het lokaaltje van de kerk Hij weet nog, dat in het lokaaltje stro op de grond lag en pakken stro in het midden waar de evacuees op konden zitten. De meeste evacuees gingen bij aankomst in Westergeast naar de kerk. De familie Verbeek kwamen met 14 personen naar Westergeast. 4 Gezinsleden verbleven bij de ouders van Jentsje Jonker. Het is niet bekend waar de overige 10 personen verbleven.

-Bij Pieter en Jitske van der Haak(Pieter was timmerman) was ook een evacué  uit Roermond. Zijn naam was Sjenkie, Sjeng Masolijn Toen hij bij hen aankwam, had hij niet voldoende kleding. Ze hebben eerst kleding voor hem gemaakt. Verder was hij wel eens ondeugend in het dorp. Ruth  Kloosterman heeft hem een aantal keren achterna gezeten. Dochter Frouwkje wist nog, dat hij overdag naar school was. Zodra hij ‘s middags uit school kwam gingen de klompen en sokken uit en kwamen onder de ‘schaafbank” en ging hij meteen het dorp in.
Jan Brouwer heeft nog wel met Sjenkie gespeeld. Hij was met Sjenkie aan het vissen en ze zochten salamanders en deden die in een jampot. Sjenkie schopte de pot om en Jan werd boos en sloeg hem “met de jampot op de kop”,  vertelde Jan. Hij had toen een gat in zijn hoofd.
Sjeng is na de oorlog weer even terug geweest in Westergeest, want hij had een oogje op een meisje in Westergeest, maar toen bleek dat zij al verkering had is, heeft hij gekozen voor het vreemdelingenlegioen. Hij heeft dat overleefd en is later getrouwd en in Limburg gaan wonen. De vraag kwam uit de zaal welk meisje het was. Dat is niet bekend.

-Aan het einde van de avond zong Jacques het alternatieve Fries volkslied dat hij van Kees Klaver had geleerd: “Frysk bloed tsjoch op, ik moat sa noadig pisje, it wetter stiet my oan de knibbels ta enz.
Klinkje en daverje fier yn it rûn”.

– Mevrouw Machielsen en dochtertje Truuske waren bij de familie Folkert Sikkema. De familie Machielsen hadden een groentezaak in de Brugstraat in Roermond.

-Oebele Vries van Keatlingwier weet nog, dat bij zijn pake ook één evacuee is geweest. Op een bepaald moment werden mensen opgeroepen in de school te komen, waar de evacuees verdeeld werden over de gezinnen. Er was één jonge vent bij, hij was geestelijk gehandicapt. Er was eigenlijk niemand die hem in huis wilde hebben. Mijn oom Oebele was daarbij, die had een groot hart, toen deze jongen overbleef heeft hij deze jongen meegenomen, maar hij is maar kort gebleven. Hij maakte ’s nachts rare geluiden, pake kon daar niet van slapen. Hij is later weer ergens anders ondergebracht. Verder is er niets over bekend.

-Annie Harmens uit Kollumersweach vertelde, dat zij vroeger in Buitenpost woonde. Ze is 90 jaar en weet nog, dat de trein met evacuees aankwam in Buitenpost en dat de mensen eerst naar de Openbare school moesten gaan. Daar kregen ze stamppot koolraap, waarschijnlijk van Huis ter Noord. Ze weet nog, dat alle mensen uit de omgeving borden en bestek brachten. Ook haar moeder heeft dat gedaan. En verder weet ze nog, dat Doeke Miedema de evacuees met paard en wagen naar hun gastgezin of naar Kollum bracht.
Verder vertelde ze dat hun school een jaar lang dicht was. De Duitsers hadden de school in bezit. Ze speelden veel buiten bij het station. Als er een trein met voedsel voor de Duitsers in Buitenpost aan kwam, waren zij als kinderen vaak in de buurt, want ze kregen wel eens wat lekkers van de Duitsers. Maar op een keer werd de trein beschoten door waarschijnlijk Engelsen. Annie kreeg een schampschot langs haar hoofd.

Ook kwamen evacuees uit Rotterdam en Arnhem naar Westergeast.
Vanuit Rotterdam waren de broers Maarten en Ad Bestebreurtje onder gebracht bij de familie Minne en Trien van Wieren. Er was zelfs een zoon van Maarten vanuit Lemele naar Westergeast gereden om deze avond mee te maken. Hij vertelde, dat zijn vader Maarten en zijn oom Ad Bestebreurtje vanuit Rotterdam ondergebracht waren bij de familie van Wieren, omdat het in Rotterdam erg onveilig was. De kinderen van de evacuees hebben nu nog steeds contact met de kleinkinderen van de familie van Wieren.

Wat opvalt is, dat de meeste evacuees de contacten met de gastgezinnen heel lang hebben onderhouden en ze elkaar over en weer bezochten. En dat de warme herinneringen op deze avond ook vooral waren aan de tijd, dat ze weer op bezoek kwamen in Westergeast of andersom.

Na afloop was er voor Jacques en Isabella een presentje van de organisatie van de Fotoavonden. Het was een zeer geslaagde avond. Jacques kijkt terug op een emotionele avond. Iedere keer als ik in Westergeast terugkwam voelde het als thuiskomen en dat was deze week opnieuw het geval.

Share This:

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Algemeen

Laat een reactie achter